Conservatoir beslag opheffen

Is er beslag gelegd? Opheffen van conservatoir beslag is mogelijk op korte termijn

Conservatoir beslag kan enorme impact hebben. Bankrekeningen worden geblokkeerd, onroerende zaken (zoals een woning) kunnen niet meer worden overgedragen en vervoersmiddelen (zoals auto's) worden weggesleept en gestald bij een gerechtelijk bewaarder.

Hoewel een conservatoir beslag naar zijn aard wordt gelegd om verhaal veilig te stellen voor vorderingen die nog niet in rechte zijn vastgesteld, spreekt het voor zich dat er veel druk kan uitgaan van conservatoire beslagen. Zeker als er onterecht, onnodig of disproportioneel beslag is gelegd en de bedrijfsvoering vrijwel volledig wordt platgelegd door de gelegde bankbeslagen.

Daarom is opheffing van conservatoir beslag mogelijk door de voorzieningenrechter in kort geding. Opheffing is onder meer mogelijk als de vordering summierlijk ondeugdelijk is, het beslag onnodig of disproportioneel is, er sprake is van vormfouten of voldoende zekerheid wordt gesteld.

conservatoir beslag opheffen

Direct bellen met een advocaat voor opheffing van conservatoire beslagen?

Opheffing van de beslagen in kort geding is afhankelijk van de omstandigheden binnen een paar dagen tot enkele weken mogelijk. Voor een opheffingskortgeding is een advocaat noodzakelijk. Laat uw zaak daarom snel beoordelen door een van onze advocaten om de conservatoire beslagen zo spoedig mogelijk te laten opheffen. Bel ons direct voor een beoordeling van uw zaak.

Bel ons op 010 - 820 028 4

Inhoudsopgave conservatoir beslag opheffen

Op deze pagina wordt uitgelegd hoe opheffing van conservatoir beslag werkt. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan de positie van de beslaglegger die wordt geconfronteerd met een vordering tot opheffing van gelegde beslagen als aan de positie van de beslagene, dus degene ten laste van wie conservatoir beslag is gelegd.

Verschil tussen conservatoir beslag en executoriaal beslag

Eerst wordt kort het verschil tussen conservatoir beslag en executoriaal beslag uitgelegd. Deze pagina gaat namelijk uitsluitend over opheffing van conservatoir beslag en niet over opheffing van executoriaal beslag.

Conservatoir beslag kan worden gelegd vóórdat de schuldeiser over een vonnis voor zijn vordering beschikt, dus voordat de rechter uitspraak heeft gedaan. Conservatoire beslaglegging wordt gelegd op basis van een beslagverlof van de voorzieningenrechter. Conservatoire inbeslagname heeft een bewarende functie, waarmee kan worden voorkomen dat de debiteur zaken verduistert of gelden wegsluist. Vandaar de benaming conservatoir (= bewarend) beslag. Meer informatie over conservatoir beslag

Conservatoir beslag verschilt daarmee van executoriaal beslag, want executoriaal beslag kan pas worden gelegd nadat de schuldeiser over een vonnis voor zijn vordering beschikt, dus nadat de rechter uitspraak heeft gedaan. Executoriaal beslag strekt tot executie (tenuitvoerlegging) van het vonnis. Doel van de executie is dat de debiteur alsnog betaalt, desnoods door beslaglegging of executoriale verkoop van zijn vermogensbestanddelen. Opheffing van executoriaal beslag is afhankelijk van de omstandigheden ook mogelijk, maar daarvoor moet een andere soort gerechtelijke procedure worden gevoerd. Meer informatie over executoriaal beslag

Wettelijke regeling conservatoir beslag opheffen

De belangrijkste wetsartikelen voor opheffing van conservatoir beslag zijn vermeld in het onderstaande overzicht:

Wetsartikel Onderwerp  
Artikel 705 lid 2 Rv Verzuim van voorgeschreven vormen  
Artikel 705 lid 2 Rv Ondeugdelijkheid van de vordering  
Artikel 705 lid 2 Rv Onnodigheid van het beslag  
Artikel 705 lid 2 Rv Voldoende zekerheidstelling  
Artikel 700 lid 3 Rv Niet tijdig instellen van de hoofdzaak  
Artikel 704 lid 2 Rv Definitieve afwijzing van de hoofdzaak  


De belangrijkste wetsartikelen voor opheffing van conservatoir beslag worden hieronder toegelicht.

Artikel 705 lid 2

Het belangrijkste wetsartikel over de opheffing van conservatoir beslag is artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Dit artikel vermeldt 4 mogelijke gronden voor opheffing:

'De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.'

Dit wetsartikel biedt de rechter niet alleen de mogelijkheid om conservatoire beslagen op te heffen, maar ook om de beslagen te beperken.


Artikel 700 lid 3 RV

Naast de 4 gronden uit artikel 705 lid 2 RV vervallen conservatoire beslagen van rechtswege (automatisch) als de eis in de hoofdzaak (dit is de procedure om een vonnis te verkrijgen voor de vordering waarvoor beslag is gelegd):

  • niet tijdig wordt ingesteld 
  • definitief wordt afgewezen (dus zodra het betreffende vonnis in kracht van gewijsde is gegaan)


Dit is geregeld in artikel 700 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

'Tenzij op het tijdstip van het verlof reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, wordt het verlof verleend onder voorwaarde dat het instellen daarvan geschiedt binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien de beslaglegger dit voor het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. In het geval van een beslag als bedoeld in artikel 714 of artikel 718 moet de verlenging, om haar werking te hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk zijn medegedeeld aan de in artikel 715 bedoelde vennootschap, onderscheidenlijk de in artikel 718 bedoelde derde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen.'


Artikel 704 lid 2 RV

In artikel 704 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is het volgende geregeld:

'Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen, en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is, en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd in kracht van gewijsde is gegaan.'

Wanneer is opheffing van conservatoir beslag mogelijk?

Opheffing van conservatoir beslag is mogelijk in de volgende 6 situaties:

  1. De vordering waarvoor conservatoir beslag is gelegd is summierlijk ondeugdelijk
  2. Het conservatoir beslag is onnodig
  3. De beslagene heeft voldoende zekerheid gesteld
  4. Het conservatoir beslag is disproportioneel gelet op een belangenafweging
  5. Er zijn vormfouten of andere procedure fouten gemaakt bij het beslag
  6. De bodemrechter heeft al geoordeeld over de vordering


Deze 6 gronden voor opheffing van conservatoir beslag worden hieronder toegelicht.

1. De vordering waarvoor beslag is gelegd is summierlijk ondeugdelijk

De belangrijkste grond voor opheffing is dat summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van de vordering waarvoor beslag is gelegd. Dit volgt uit artikel 705 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

"Summierlijk” betekent dat de rechter in kort geding geen volledig inhoudelijk onderzoek doet, maar op basis van een snelle, voorlopige beoordeling onderzoekt of de vordering van de beslaglegger voldoende aannemelijk is. De beslagene hoeft dus niet definitief te bewijzen dat de vordering ondeugdelijk is, maar moet wel met concrete argumenten en stukken aannemelijk maken dat het beslag geen stand kan houden. De Hoge Raad heeft bevestigd dat de rechter dit beoordeelt op basis van wat partijen in het kort geding summierlijk naar voren brengen, met inachtneming van de beperkingen van een kortgedingprocedure.

Voorbeelden van vorderingen die summierlijk ondeugdelijk zijn:

  • de vordering heeft geen juridische grondslag
  • de gepretendeerde vordering is al betaald
  • de vordering ziet toe op een andere partij
  • de vordering is verjaard


Voor een beslagene vormt dit vaak één van de meest effectieve routes om een conservatoir beslag op te heffen. Als aannemelijk kan worden gemaakt dat de gepretendeerde vordering ondeugdelijk is, wordt het conservatoire beslag vrijwel altijd opgeheven.

Rechtspraak over summierlijke ondeugdelijkheid

Een belangrijk arrest van de Hoge Raad over opheffing wegens summiere ondeugdelijkheid van de vordering is het arrest van 14-06-1996 inzake De Ruiterij/MBO (ECLI:NL:HR:1996:ZC2105), waarin is geoordeeld dat bij deze toetsing ook altijd een belangenafweging moet plaatsvinden:

'Volgens art. 705 lid 2 Rv. dient het beslag te worden opgeheven indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht blijkt. Dit brengt mee dat het in de eerste plaats op de weg ligt van degene die de opheffing vordert, met inachtneming van de beperkingen van de kort geding procedure aannemelijk te maken dat de door de beslaglegger gepretendeerde vordering ondeugdelijk is. De kort geding rechter zal evenwel hebben te beslissen aan de hand van een beoordeling van wat door beide partijen naar voren is gebracht en summierlijk met bewijsmateriaal is onderbouwd (vgl. Parl. Gesch. Wijziging Rv. e.a.w. (Inv. 3, 5 en 6), blz. 314/315, en HR 27 januari 1995, NJ 1995, 669 , rov. 3.4). Die beoordeling kan niet geschieden los van de in een zodanig geval vereiste afweging van de wederzijdse belangen. In dit verband verdient opmerking dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat, zo een vooralsnog niet vaststaande vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, verhaal mogelijk zal zijn, terwijl de beslaglegger bij afwijzing van de vordering voor de door het beslag ontstane schade zal kunnen worden aangesproken. Het in het kader van een zodanige afweging gegeven oordeel van de kort geding rechter omtrent de vraag of de vordering waarvoor het beslag is gelegd, deugdelijk of ondeugdelijk is, is niet meer dan een voorlopig oordeel en voor de motivering ervan gelden dan ook minder strenge eisen dan moeten worden gesteld aan de motivering van de beslissing in de bodemprocedure.'

Bij de beoordeling of een vordering summierlijk ondeugdelijk is, is de rechter niet gebonden aan de grondslagen voor de vordering die in het beslagrekest zijn vermeld, zoals blijkt uit het arrest van de Hoge Raad d.d. 17-04-2015 (ECLI:NL:HR:2015:1074):

'Voor zover bij de beoordeling of een beslag moet worden opgeheven, de aannemelijkheid van de gestelde vordering ter zake waarvan het beslag is gelegd, wordt meegewogen, is de rechter niet gebonden aan de grondslagen voor die vordering welke in het beslagrekest zijn vermeld. Het staat hem in beginsel vrij zijn beslissing om het beslag niet op te heffen, (mede) te baseren op feiten en omstandigheden die niet in het beslagrekest waren vermeld, maar in het opheffingsgeding nader door de beslaglegger ten grondslag zijn gelegd aan de vordering ter verzekering waarvan het beslag is gelegd.'

2. Het beslag is onnodig

Ook wanneer de vordering niet direct ondeugdelijk is, kan het beslag worden opgeheven als het onnodig is. Conservatoir beslag heeft namelijk maar één doel: voorkomen dat verhaal onmogelijk wordt als de beslaglegger later gelijk krijgt. Als dit verhaalsrisico er niet is, of als het belang van de beslaglegger ook op een minder ingrijpende manier kan worden beschermd, kan het beslag te ver gaan en daarmee onnodig zijn.

De Hoge Raad heeft geoordeeld dat de beslagene moet onderbouwen waarom het beslag onnodig is en dat de rechter vervolgens de wederzijdse belangen moet afwegen.

Voorbeelden van beslagen die onnodig zijn:

  • de beslagene is aantoonbaar solvabel
  • de beslaglegger heeft al andere zekerheden, zoals pandrecht of hypotheekrecht
  • de beslaglegger gebruikt het beslag uitsluitend als pressiemiddel



Rechtspraak over onnodige conservatoire beslagen

In het arrest van het Gerechtshof Arnhem Leeuwarden d.d. 21-05-2024 (ECLI:NL:GHARL:2024:3510) werd een vordering tot opheffing van conservatoire beslagen afgewezen omdat niet aannemelijk was gemaakt dat de beslagen onnodig zouden zijn:

'Op grond van artikel 705 lid 2 Rv kan de voorzieningenrechter een conservatoir beslag opheffen indien summierlijk blijkt van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht. Het gaat er daarbij niet om dat wordt vastgesteld of de gepretendeerde vordering al dan niet gegrond is, maar om niet meer dan een voorlopig oordeel over het bestaan van de gepretendeerde vordering. Ook kan het beslag worden opgeheven als summierlijk blijkt van het onnodige van het beslag, wanneer voor een geldvordering voldoende zekerheid is aangeboden of wanneer het voortduren van het beslag om andere redenen niet kan worden gerechtvaardigd. Het is aan [geïntimeerde] als degene die opheffing vordert - met inachtneming van de beperkingen van de kort geding procedure - aannemelijk te maken dat zich een grond voor opheffing van het beslag voordoet. Indien dat het geval is, kan eerst tot opheffing van het beslag worden besloten na een belangenafweging. [...] Tegen deze achtergrond heeft [geïntimeerde] onvoldoende gemotiveerd gesteld dat het beslag onnodig is in de zin van artikel 705 lid 2 Rv dan wel onrechtmatig jegens hem. Ook anderszins is niet gesteld of gebleken dat het voortduren van het beslag niet kan worden gerechtvaardigd.'

3. De beslagene heeft voldoende zekerheid gesteld

Als het beslag is gelegd voor een geldvordering, dan dient het beslag te worden opgeheven als voor die vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. In de praktijk wordt deze zekerheid vaak gesteld door middel van een bankgarantie. De bankgarantie dient (ongeveer) dezelfde dekking te bieden als het beslag. Andere vormen van zekerheid zijn ook mogelijk. 

De toets is of de aangeboden zekerheid minstens gelijkwaardig is aan het beslag en de verhaalspositie van de schuldeiser niet verslechtert. Als aan die voorwaarden is voldaan, is de voorzieningenrechter in beginsel gehouden het beslag op te heffen, omdat de schuldeiser dan geen redelijk belang meer heeft bij het handhaven van het conservatoir beslag.

Het stellen van zekerheid is in de praktijk vaak de snelste en eenvoudigste oplossing voor opheffing van conservatoir beslag: het beslag gaat eraf, de liquiditeit komt vrij en de discussie over de vordering zelf kan in alle rust in de bodemprocedure worden gevoerd.

Rechtspraak over het stellen van zekerheid

In oudere uitspraken worden conservatoire beslagen opgeheven als de beslagene voldoende zekerheid stelt door middel van een bankgarantie die (pas) uitkeert als het vonnis onherroepelijk is geworden, zoals bijvoorbeeld blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Den Haag d.d. 21-11-2006 (ECLI NL RBSGR 2006 AZ5310):

'Kern van dit geschil is de vraag of LKR door het aanbieden van de onderhavige bankgarantie voldoende zekerheid heeft gesteld, zodat het beslag dient te worden opgeheven. Artikel 705 lid 2 Rv. schrijft (onder meer) voor dat een beslag dient te worden opgeheven wanneer het beslag is gelegd voor een geldvordering en voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Een bankgarantie voor eenzelfde bedrag als waarvoor het beslag is gelegd zal mitsdien over het algemeen voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv opleveren. Onder omstandigheden dient het beslag ook te worden opgeheven indien voor een lager bedrag zekerheid wordt geboden. Het conservatoir beslag strekt er immers toe te waarborgen dat het beslagene als verhaalsobject kan dienen voor de gepretendeerde vordering. Dit doel is verwezenlijkt als de waarde van het beslagene dan wel het bedrag waartoe het beslag doel heeft getroffen, daadwerkelijk tot verhaal strekt. Vaststaat dat het beslag doel heeft getroffen tot een bedrag van € 83.909,28, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 10 oktober 2005. Dat betekent dat door zekerheidstelling van voormeld bedrag het doel van het beslag is gerealiseerd.'

Wat voor soort bankgarantie daarbij wordt gesteld, is niet zo relevant. Zowel de zogenaamde Rotterdamse bankgarantie als de bankgarantie volgens het NBV-model voldoen, zo blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Dordrecht d.d. 21-08-2008 (ECLI NL RBDOR 2008 BE8941):

'De door [eiser] aan [gedaagde] afgegeven bankgarantie is van een gerenommeerde Nederlandse bank op basis van het NVB-model. [gedaagde] heeft niet weersproken dat dit een algemeen aanvaard en gangbaar model is voor een bankgarantie. Het is derhalve aan [gedaagde] aannemelijk te maken dat in het onderhavig geval deze bankgarantie niet als vervangende zekerheid voor het door hem ten laste van [eiser] gelegde conservatoir loonbeslag kan worden geaccepteerd. [...] Van een bankgarantie als vervangende zekerheid voor een conservatoir beslag mag worden verwacht dat hij de schuldeiser beschermt in geval van faillissement van de schuldenaar of toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling op de schuldenaar. Het NVB-model houdt – samengevat – in dat de bank binnen een termijn van vier maanden na kennisgeving tot uitbetaling van de vordering aan de schuldeiser moet overgaan, tenzij binnen die termijn door de bank of de curator cq. bewindvoerder een procedure wordt aangevangen ten einde de gegrondheid en de hoogte van de vordering van de schuldeiser te doen vaststellen of de schuldeiser te verbieden een beroep op de bankgarantie te doen. Zonder toelichting, die ontbreekt, kan niet worden ingezien dat deze regeling [gedaagde] in vorenbedoeld geval onvoldoende bescherming biedt. Voorts is niet aannemelijk dat die regeling voor [gedaagde] nadeliger is dan de regeling in het model van de Rotterdamse bankgarantie, nu de laatste weliswaar niet inhoudt dat [gedaagde] een termijn zal moeten afwachten, maar het initiatief voor het laten vaststellen van de verplichtingen van de schuldenaar wel bij hem legt.'

In recentere uitspraken over het stellen van zekerheid ter opheffing van conservatoire beslagen wordt niet langer genoegen genomen met een bankgarantie die pas uitkeert als het vonnis onherroepelijk is geworden, maar wordt als voorwaarde voor opheffing gesteld dat de bankgarantie al moet kunnen worden ingeroepen bij een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard. Dus ook als er nog rechtsmiddelen tegen het vonnis open staan, zoals hoger beroep

Dit blijkt onder meer uit de uitspraak van de Rechtbank Den Haag d.d. 29-05-2015 (ECLI NL RBDHA 2015 7039):

'De door GBS, overeenkomstig de modelbeslaggarantie van de Nederlandse Vereniging van Banken aangeboden bankgarantie kan pas worden ingeroepen wanneer sprake is van een onherroepelijke uitspraak. Hiermee komt Qceas in een ongunstiger positie te verkeren, omdat de beslagen reeds kunnen worden uitgewonnen indien een toewijzend vonnis in de bodemprocedure uitvoerbaar bij voorraad wordt verklaard. Daar staat tegenover dat de aangeboden bankgarantie in andere opzichten (bijvoorbeeld bij cumulatieve beslagen of in geval van faillissement van de schuldenaar) meer zekerheid biedt dan de conservatoire beslagen. Aangezien volgens de jurisprudentie niet zonder meer kan worden aangenomen dat de aangeboden bankgarantie voldoende zekerheid biedt in de zin van artikel 705 lid 2 Rv, dient dit in het concrete geval te worden beoordeeld.

In het concrete geval acht de voorzieningenrechter de aangeboden bankgarantie ontoereikend. Daartoe wordt als volgt overwogen. Zoals hiervoor reeds is overwogen, komt Qceas na afgifte van de bankgarantie in een ongunstigere positie te verkeren dan thans het geval is, omdat de bankgarantie pas na een onherroepelijk vonnis kan worden uitgewonnen. Daar komt bij dat in de tussen partijen aanhangige bodemprocedures niet voortvarend wordt geprocedeerd. Ongeacht of dit nu te wijten is aan GBS (die volgens Qceas opzettelijk heeft verzuimd tijdig te antwoorden in de in 2.6. vermelde procedure) of aan Qceas (die GBS alsnog had kunnen toestaan om in die bodemprocedure van antwoord te dienen), geldt dat niet op korte termijn een uitspraak, laat staan een onherroepelijke uitspraak, mag worden verwacht. Hierbij heeft de voorzieningenrechter in aanmerking genomen dat een onderneming als die van Qceas geacht moet worden een (spoedeisend) belang te hebben bij de incasso van een vordering met de gestelde omvang, die naar zij onweersproken heeft gesteld 25% van haar jaaromzet bedraagt. Voorts is op geen enkele wijze aannemelijk geworden dat de door Qceas gelegde beslagen na een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak (mogelijk) onvoldoende verhaal zullen bieden. In dat opzicht biedt de bankgarantie Qceas derhalve niet meer zekerheid dan de thans gelegde beslagen.

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen zal de voorzieningenrechter bepalen dat de door Qceas ten laste van GBS gelegde beslagen zullen worden opgeheven indien aan Qceas een bankgarantie zal zijn afgegeven, die ook dient te kunnen worden ingeroepen in geval van een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis of arrest, ook voordat de betrokken beslissing in kracht van gewijsde is gegaan.'

Van recentere datum is de uitvoerig gemotiveerde uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 10-12-2025 (ECLI NL RBAMS 2025 10090), waarin ook is geoordeeld dat een bankgarantie die pas kan worden ingeroepen na een onherroepelijke gerechtelijke uitspraak niet voldoende zekerheid biedt:

'4.1 Artemis vordert de opheffing van het beslag onder (uitsluitend nog) Open Dutch Fiber B.V.; de overige beslagen zijn inmiddels opgeheven. De opheffing van een conservatoir beslag dat is gelegd voor een geldvordering kan onder meer worden bevolen indien voor deze vordering voldoende zekerheid is gesteld. Het geschil tussen partijen draait om de vraag welk soort bankgarantie als voldoende zekerheid kan worden beschouwd. Is dat de door Artemis aangeboden bankgarantie die pas kan worden ingeroepen na een onherroepelijke rechterlijke uitspraak? Of is dat een bankgarantie die al uitkeert bij een vonnis dat uitvoerbaar bij voorraad is verklaard, zoals [gedaagde] betoogt?

4.2. Artemis stelt dat volgens vaste jurisprudentie een bankgarantie conform het standaard NVB-model, waarbij gegarandeerd is dat uitbetaling volgt bij een toewijzend vonnis (of arrest) dat in kracht van gewijsde is gegaan, voldoende zekerheid biedt in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. Daarbij verwijst Artemis onder meer naar het arrest van Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 24 maart 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:1061. Daarin overweegt het Hof, voor zover hier van belang:

“3.13. (…) Ingevolge artikel 705 lid 2 Rv wordt een conservatoir beslag, zo dat is gelegd voor een geldvordering, opgeheven indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. Een aangeboden zekerheid moet zodanig zijn dat de vordering en de (eventuele) daarop vallende rente en kosten behoorlijk gedekt zijn en dat de schuldeiser daarop zonder moeite verhaal zal kunnen nemen (vgl. artikel 6:51 lid 2 BW). Uit eerstgenoemde bepaling volgt dus niet de eis dat de vervangende zekerheid in alle opzichten gelijkwaardig dient te zijn.

3.14. Het hof neemt voor de beoordeling van het geschil naast het hiervoor overwogene tevens het arrest van 14 april 2015, ECLI:NL:GHSHE:2015:1354 als uitgangspunt. Uit dit arrest is het volgende af te leiden: een bankgarantie conform het standaard NVB-model, waarbij gegarandeerd is dat uitbetaling volgt wanneer er een toewijzend vonnis is dat in kracht van gewijsde is gegaan, biedt voldoende zekerheid in de zin van artikel 705 lid 2 Rv. Het enkele feit dat deze garantie er niet toe leidt dat uitbetaling plaatsvindt zodra een toewijzend vonnis is gewezen dat nog niet in kracht van gewijsde is gegaan, maakt de zekerheid nog niet onvoldoende. Het hof neemt hierbij in aanmerking dat een bankgarantie in andere opzichten méér zekerheid biedt dan (het handhaven van) een conservatoir beslag. In geval van faillissement van de schuldenaar vervalt een conservatoir beslag van rechtswege (artikel 33 Fw), maar biedt een bankgarantie wel zekerheid; degene ten gunste van wie een bankgarantie is gesteld wordt niet nadelig door een faillissement van een schuldenaar getroffen. Ook biedt een bankgarantie meer zekerheid dan een beslag in het geval er door meerdere schuldeisers cumulatief beslag wordt gelegd op hetzelfde goed. Bij de beoordeling dienen voorts alle omstandigheden van het geval betrokken te worden.”

4.3. [gedaagde] stelt daar tegenover dat daar in de literatuur door gezaghebbende schrijvers anders over wordt gedacht. Zij verwijst naar de volgende passage in Asser Procesrecht/Beslag en Executie (Asser Procesrecht/Steneker 5 2023/416b): “In dit opzicht zijn de meestgebruikte beslaggaranties opmerkelijk. Zowel het NVB-model als het Rotterdams Garantieformulier bepalen dat de garantie pas kan worden ingeroepen als het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan. Die eis is echter een verslechtering van de positie van de schuldeiser (de begunstigde van de bankgarantie) ten opzichte van het beslag dat is opgeheven en waarvoor de beslaggarantie vervangende en dus gelijkwaardige zekerheid moet bieden. Dat beslag zou immers al ten uitvoer kunnen worden gelegd als het vonnis uitvoerbaar bij voorraad is verklaard (…), en niet pas als het vonnis of arrest in kracht van gewijsde is gegaan. Mijns inziens kan de schuldeiser zich verzetten tegen opheffing van zijn beslag zolang geen bankgarantie wordt gesteld die reeds inroepbaar is bij een uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak in de hoofdzaak. Een beslaggarantie die strengere eisen stelt, zou de bank niet moeten afgeven en zou de (voorzieningen)rechter niet moeten accepteren als vervangende zekerheid voor de opheffing van een beslag.”

4.4. Daarnaast verwijst [gedaagde] naar Tijdschrift voor de ondernemingsrechtpraktijk (TOP) 2018/98, waarin mr. E. Loesberg schrijft: “Omdat de bankgarantie in de plaats komt van het conservatoire beslag meen ik dat een beroep op de bankgarantie mogelijk dient te zijn op het moment dat degene ten gunste van wie de bankgarantie is gesteld een veroordelende rechterlijke uitspraak heeft verkregen die uitvoerbaar bij voorraad is verklaard.”

4.5. De voorzieningenrechter volgt het standpunt van [gedaagde] . Asser/Steneker en Loesberg zijn autoriteiten op dit terrein en hun argumenten zijn overtuigend. Een uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis moet het moment van uitkering van de bankgarantie zijn, zodat de beslaglegger wat dit betreft in een vergelijkbare positie komt als met het conservatoir beslag. Het is juist dat een bankgarantie in bepaalde opzichten gunstiger is dan conservatoir beslag, zoals het Hof Den Bosch overweegt, maar die enkele omstandigheid rechtvaardigt niet dat de houder van de bankgarantie veel langer zou moeten wachten op betaling dan de beslaglegger, die immers terstond na een toewijzend en uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis tot ten uitvoerlegging kan overgaan. Een andere opvatting zet een premie op vertraging van de procedure en het aanwenden van rechtsmiddelen enkel om betaling uit te stellen. In dit geval heeft [gedaagde] bovendien aannemelijk gemaakt dat Artemis betaling al langer zonder goede reden traineert en dat veel langer kan volhouden dan het veel kleinere [gedaagde] , wier liquiditeit in het geding is als zij het geld nog veel langer moet missen.'

Dat zekerheid niet per sé door middel van een bankgarantie, maar ook op andere wijze kan worden gesteld, blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Amsterdam d.d. 03-08-2023 (ECLI NL RBAMS 2023 4930). Uit deze uitspraak blijkt dat zekerheid ook kan bestaan uit het niet hoeven betalen van een onbetwiste vordering:

'Ingevolge artikel 705 lid 2 Rv dient een conservatoir beslag dat is gelegd voor een geldvordering te worden opgeheven indien voor die vordering voldoende zekerheid wordt gesteld. De aangeboden zekerheid moet de vordering (met rente en kosten) behoorlijk dekken en de schuldeiser moet daarop zonder moeite verhaal kunnen nemen. De vervangende zekerheid hoeft niet in alle opzichten gelijkwaardig te zijn aan de zekerheid die een conservatoir beslag biedt. Het vooralsnog niet betalen van een niet-betwiste geldvordering kan onder omstandigheden als een adequate vervangende zekerheid worden aangemerkt. Indien de vordering waarvoor het beslag is gelegd wordt toegewezen kan die vordering worden verrekend met de niet-betwiste geldvordering. Dat een niet-betwiste geldvordering kan dienen als vervangende zekerheid, is op zich niet bestreden door Aero. [...] Dit betekent dat de door Berbo c.s. aangeboden vervangende zekerheid voldoet aan de eisen die daaraan moeten worden gesteld. De primaire vordering (Aero te gebieden die zekerheid te accepteren én opheffing van alle beslagen) is toewijsbaar. De voorzieningenrechter heft de beslagen op met dit vonnis, zodat er geen aanleiding is Aero hiertoe – op straffe van dwangsommen – te veroordelen.'

Ook het aantonen dat verzekeringsdekking beschikbaar is om een schadevergoeding te kunnen betalen waarvoor conservatoir beslag is gelegd, kan gelden als voldoende zekerheid, zoals blijkt uit de uitspraak van de Rechtbank Utrecht d.d. 14-08-2009 (ECLI NL RBUTR 2009 5751):

'De voorzieningenrechter oordeelt dat [eiser sub 1] en [eiser sub 2] voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de vermeende schade van [gedaagde] is gedekt onder een beroeps­ aansprakelijkheidsverzekering die zij bij Nassau Verzekeringen hebben afgesloten. Weliswaar is de inhoud van de polis niet bekend - [eiser sub 1] en [eiser sub 2] hebben deze niet in het geding gebracht - maar uit de onder 2.3 genoemde verklaring van Nassau Verzekeringen blijkt dat er voldoende bereidheid is om op de onderhavige situatie dekking te verlenen. Ter mondelinge behandeling hebben [eiser sub 1] en [eiser sub 2] gesteld dat de verklaring is getekend door een daartoe bevoegde manager van Nassau Verzekeringen. [gedaagde] heeft dit niet weersproken, zodat vaststaat dat de verklaring bevoegdelijk is afgegeven. Eén en ander brengt mee dat handhaving van de gelegde conservatoire beslagen onnodig is. Deze beslagen zullen dan ook, mede gelet op het belang van [eiser sub 1] en [eiser sub 2] bij opheffing daarvan, op die grond worden opgeheven.'

Advies nodig over opheffen van conservatoir beslag?

advies conservatoir beslag opheffenHebt u juridisch advies over het opheffen van conservatoir beslag nodig? Bel ons dan gerust voor vrijblijvend advies.

Bel ons op 010 - 820 028 4

  • In 1 minuut doorverbonden met een gespecialiseerde advocaat
  • Samen sparren over uw zaak
  • Vrijblijvend juridisch advies over de beste aanpak
  • Op werkdagen van 09:00 - 17:30 uur (lokaal tarief)
  • Gratis voor ondernemers/ZZP-ers en particuliere schuldeisers


Of laat ons u vrijblijvend terugbellen door hieronder uw contactgegevens in te vullen.

Dan bellen wij u zodra het u uitkomt. Dit is praktisch als u contact wilt opnemen buiten onze openingstijden.

Contact opnemen voor gratis advies

Ja, neem vrijblijvend contact met mij op voor gratis advies.

 

Naam*:
Bedrijfsnaam:
Telefoon*:
Uw bericht*:
Velden met een * zijn verplicht



Overige rechtspraak over conservatoir beslag opheffen

conservatoir beslag opheffen rechtspraakHieronder is een selectie vermeld van overige rechtspraak over het opheffen van conservatoir beslag.

Rechtspraak over opheffen conservatoir beslag wegens strijd met de waarheidsplicht

Procespartijen zijn verplicht de rechter naar waarheid te informeren op grond van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierop wordt streng getoetst in gerechtelijke procedures over opheffing van conservatoire beslagen.

Miscommunicatie op het advocatenkantoor van de beslaglegger maakt dit niet anders en komt juridisch gezien voor rekening en risico van de beslaglegger (ECLI:NL:RBLIM:2026:574):

'4.11. De voorzieningenrechter stelt voorop dat ex art. 21 Rv partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Dit geldt te meer voor een verzoekschriftprocedure waarbij verzocht wordt beslag te mogen leggen, nu de wederpartij in een dergelijke procedure niet wordt gehoord (ex parte-procedure). [...] Wat hier ook van zij, een interne miscommunicatie op het advocatenkantoor regardeert noch de voorzieningenrechter noch [eiser] . Anders dan [gedaagde] aanvoerde, was er wél uitgebreid verweer door [eiser] gevoerd. [...] Al deze kwesties hadden aan de voorzieningenrechter die over het verzochte beslag moest oordelen, moeten worden voorgelegd. Nu dit niet is gedaan, is in strijd met artikel 21 Rv gehandeld, zodat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het beslag op ondeugdelijke gronden is gelegd en dient te worden opgeheven.'

 

Rechtspraak over opheffen conservatoir beslag op grond van belangenafweging

Een belangenafweging leidt tot opheffing van één van de gelegde conservatoire bankbeslagen omdat de debiteur anders op korte termijn failliet wordt verklaard (ECLI:NL:RBAMS:2026:255):

'4.7 Op korte termijn wordt het tegen [eiser] ingediende faillissementsrekest behandeld. Bij de huidige stand van zaken mag ervan worden uitgegaan dat het verzoek zal worden toegewezen en [eiser] dus failliet wordt verklaard. [eiser] heeft toegelicht dat de enige manier om dit te voorkomen is om de aanvrager van het faillissement (en andere schuldeisers) te betalen. Op dit moment is dat niet mogelijk omdat zowel de banktegoeden als de betaling die [bedrijf] gaat doen, beslagen zijn. [eiser] heeft 25 mensen in dienst en heeft op zichzelf een langjarige goede staat van dienst. Blijkbaar is zij recent in de problemen gekomen door toedoen van enkele (inmiddels ontslagen) medewerkers. Het belang van [eiser] bij haar voortbestaan is evident van groot gewicht. Daar tegenover staat het belang van [gedaagde] bij zekerheid voor haar - summierlijk deugdelijke - vordering. Of dat belang het beste gediend is met handhaving van alle door haar gelegde beslagen is echter maar de vraag, omdat daarmee een faillissement van [eiser] onafwendbaar wordt. Indien het faillissement wordt uitgesproken, is [gedaagde] haar zekerheid kwijt en moet zij maar afwachten of de curator haar vordering erkent en zo ja, of er uiteindelijk iets uit te keren valt. De belangenafweging leidt dan ook tot de conclusie dat [eiser] in staat moet worden gesteld om haar aanstaande faillissement zo mogelijk af te wenden.'


Rechtspraak over verbod opnieuw/nogmaals conservatoir beslag te leggen

Een vordering tot opheffing van conservatoir beslag kan onder omstandigheden worden gecombineerd met een vordering voor een verbod om opnieuw conservatoir beslag te leggen voor dezelfde vordering die ten grondslag lag aan het op te heffen beslag. Hoewel rechters hierover terughoudend oordelen, wordt in voorkomende gevallen een verbod opgelegd aan de beslaglegger om opnieuw conservatoire beslagen te leggen.

In een zaak waarin beweerdelijke persoonlijke aansprakelijkheid speelde, sprak de rechter een verbod tot het opnieuw leggen van conservatoir beslag uit (ECLI:NL:RBLIM:2026:574):

'4.18.De voorzieningenrechter stelt voorop dat de onder 4.7 - 4.9 neergelegde kader ook geldt voor het gevorderde verbod tot het opnieuw leggen van conservatoir beslag. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar HR 3 april 202, 18/05202, ECLI:NL:HR:2020:599), waar (onder meer) is geoordeeld dat indien de gevraagde voorziening strekt tot een verbod tot het treffen van een conservatoire maatregel de belangen van partijen dienen te worden afgewogen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat voor een vooralsnog niet vaststaande vordering verhaal mogelijk zal zijn ingeval de vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, terwijl de beslaglegger bij (definitieve) afwijzing van de vordering in de hoofdzaak voor de door het beslag ontstane schade aansprakelijk is.
4.19.Onder verwijzing naar rov. 4.14 waarbij geen aanknopingspunten zijn aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] in privé partij zou zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van [eiser] in privé uitvalt, te meer nu [gedaagde] in dit kader onvoldoende verweer heeft gevoerd, zodat de voorzieningenrechter het bij petitum primair onder II gevorderde eveneens zal toewijzen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet tot het opleggen van een dwangsom, zodat dit deel zal worden afgewezen.'

Veelgestelde vragen over opheffing van conservatoir beslag

Hieronder worden veelgestelde vragen beantwoord over het opheffen van conservatoire beslagen.

Hoe kan ik conservatoir beslag snel laten opheffen?

Meestal gebeurt dit via een opheffingskortgeding. Dat is een spoedprocedure bij de voorzieningenrechter waarin wordt gevorderd dat het beslag wordt opgeheven of beperkt.

Heb ik een advocaat nodig om conservatoir beslag op te heffen?

Ja. Voor de spoedprocedure tot opheffing van conservatoir beslag is een advocaat verplicht.

Wat is een opheffingskortgeding?

Een opheffingskortgeding is een kort geding waarin de beslagene of een andere belanghebbende de voorzieningenrechter vraagt om conservatoir beslag op te heffen. De rechter beoordeelt voorlopig of het beslag moet blijven liggen, worden beperkt of worden opgeheven.

Kan conservatoir bankbeslag worden opgeheven?

Ja. Als een bankrekening door conservatoir beslag is geblokkeerd, kan opheffing of beperking worden gevorderd. Dit is vooral relevant als de bedrijfsvoering stilvalt, salarissen of leveranciers niet kunnen worden betaald waardoor een faillissement dreigt, of het beslag anderszins disproportioneel uitpakt.

Kan ik beslag op mijn woning laten opheffen?

Ja, beslag op een woning kan onder omstandigheden worden opgeheven of beperkt. Dat speelt bijvoorbeeld als de onderliggende vordering zwak is, het beslag disproportioneel is of verkoop van de woning onnodig wordt geblokkeerd, waardoor contractuele boetes verschuldigd raken.

Kan ik een bankgarantie stellen om conservatoir beslag op te heffen?

Ja. Bij een geldvordering kan voldoende zekerheid, zoals een bankgarantie, reden zijn om het beslag op te heffen. Artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering noemt voldoende zekerheid expliciet als opheffingsgrond.

Wat als de beslaglegger de rechter onjuist heeft geïnformeerd?

Als de beslaglegger bij het vragen van beslagverlof relevante feiten heeft verzwegen of onjuist heeft gepresenteerd, kan dat een belangrijke grond zijn om opheffing te vorderen. Dit raakt aan de wettelijke waarheidsplicht van artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Wat betekent het dat conservatoir beslag ‘onnodig’ is?

Beslag kan onnodig zijn als de beslaglegger geen redelijk belang meer heeft bij handhaving. Bijvoorbeeld omdat voldoende verhaal aanwezig is, geen reëel verduisteringsrisico bestaat of omdat een minder ingrijpende zekerheid mogelijk is.

Kan conservatoir beslag worden beperkt in plaats van opgeheven?

Ja. De rechter kan het beslag niet alleen opheffen, maar ook beperken. Dat is relevant wanneer het beslag veel ruimer is dan nodig voor de gestelde vordering.

Wat gebeurt er als de beslaglegger geen hoofdzaak start?

Als er nog geen hoofdzaak loopt, wordt het beslagverlof verleend onder de voorwaarde dat de eis in de hoofdzaak binnen de door de voorzieningenrechter bepaalde termijn wordt ingesteld. Overschrijding van die termijn doet het beslag vervallen en kan de beslaglegger aansprakelijk maken voor de schade die door de beslagen zijn veroorzaakt.

Vervalt conservatoir beslag automatisch als de vordering wordt afgewezen?

Als de eis in de hoofdzaak is afgewezen en die afwijzing in kracht van gewijsde is gegaan (dus als de termijn voor verzet of hoger beroep is verstreken), vervalt het beslag van rechtswege. Dit volgt uit artikel 704 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Kan ik schadevergoeding eisen na onterecht conservatoir beslag?

Ja, onder omstandigheden kan de beslaglegger aansprakelijk zijn voor schade door onterecht beslag. Dit is vooral relevant als de onderliggende vordering uiteindelijk wordt afgewezen of als het beslag onrechtmatig blijkt.

Hoe groot is de kans dat conservatoir beslag wordt opgeheven?

Dat hangt af van de feiten. De rechter weegt onder meer de sterkte van de vordering, de noodzaak van het beslag, aangeboden zekerheid en de belangen van beide partijen. De belangenafweging is in de praktijk vaak doorslaggevend. Als de beslagene deugdelijke zekerheid stelt, speelt dit laatste niet, want dan is opheffing wettelijk verplicht.

Wat moet ik direct doen als er conservatoir beslag is gelegd?

Verzamel direct het beslagverlof, het beslagexploot en het overige dossier (contracten, algemene voorwaarden, facturen, correspondentie, betalingsbewijzen, etc.). Laat vervolgens beoordelen wat de beste route is om de beslagen opgeheven te krijgen.

Cookie-voorkeuren

Wij gebruiken onze eigen cookies en cookies van derden voor statistische en analytische doeleinden om u de beste ervaring op onze website te bieden.

Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid
Wij respecteren uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.