Conservatoir beslag opheffen

Is er beslag gelegd? Conservatoir beslag opheffen is mogelijk

Conservatoir beslag kan enorme impact hebben. Bankrekeningen worden geblokkeerd, onroerende zaken (zoals een woning) kunnen niet meer worden overgedragen en vervoersmiddelen (zoals auto's) worden weggesleept en gestald bij een gerechtelijk bewaarder.

Hoewel een conservatoir beslag naar zijn aard wordt gelegd om verhaal veilig te stellen voor vorderingen die nog niet in rechte zijn vastgesteld, spreekt het voor zich dat er veel druk kan uitgaan van conservatoire beslagen. Zeker als er onterecht, onnodig of disproportioneel beslag is gelegd en de bedrijfsvoering vrijwel volledig wordt platgelegd door de gelegde bankbeslagen.

Daarom is opheffing van conservatoir beslag door de rechter mogelijk, zij het onder strikte voorwaarden.

Op deze pagina wordt uitgelegd hoe opheffing van conservatoir beslag werkt. Hierbij wordt zowel aandacht besteed aan de positie van de beslaglegger die wordt geconfronteerd met een vordering tot opheffing van gelegde beslagen als aan de positie van de beslagene, dus degene ten laste van wie conservatoir beslag is gelegd.


Verschil tussen conservatoir beslag en executoriaal beslag

Eerst wordt kort het verschil tussen conservatoir beslag en executoriaal beslag uitgelegd. Deze pagina gaat namelijk uitsluitend over opheffing van conservatoir beslag.

Conservatoir beslag kan worden gelegd vóórdat de schuldeiser over een vonnis voor zijn vordering beschikt, dus voordat de rechter uitspraak heeft gedaan. Conservatoire beslaglegging wordt gelegd op basis van een beslagverlof van de voorzieningenrechter. Conservatoire inbeslagname heeft een bewarende functie, waarmee kan worden voorkomen dat de debiteur zaken verduistert of gelden wegsluist. Vandaar de benaming conservatoir (= bewarend) beslag. Meer informatie over conservatoir beslag

Conservatoir beslag verschilt daarmee van executoriaal beslag, want executoriaal beslag kan pas worden gelegd nadat de schuldeiser over een vonnis voor zijn vordering beschikt, dus nadat de rechter uitspraak heeft gedaan. Executoriaal beslag strekt tot executie (tenuitvoerlegging) van het vonnis. Doel van de executie is dat de debiteur alsnog betaalt, desnoods door beslaglegging of executoriale verkoop van zijn vermogensbestanddelen. Meer informatie over executoriaal beslag


Wanneer kan conservatoir beslag worden opgeheven?

Opheffing van conservatoir beslag is mogelijk in de volgende 6 situaties:

  1. De vordering waarvoor conservatoir beslag is gelegd is summierlijk ondeugdelijk
  2. Het conservatoir beslag is onnodig
  3. De beslagene heeft voldoende zekerheid gesteld
  4. Het conservatoir beslag is disproportioneel gelet op een belangenafweging
  5. Er zijn vormfouten of andere procedure fouten gemaakt bij het beslag
  6. De bodemrechter heeft al geoordeeld over de vordering 



Het belangrijkste wetsartikel over de opheffing van conservatoir beslag is artikel 705 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

'De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.'

Dit wetsartikel biedt de rechter niet alleen de mogelijkheid om conservatoire beslagen op te heffen, maar ook om deze te beperken.

Naast de bovenvermelde 6 gronden vervallen conservatoire beslagen van rechtswege (automatisch) als de eis in de hoofdzaak (dit is de procedure om een vonnis te verkrijgen voor de vordering waarvoor beslag is gelegd):

  • niet tijdig wordt ingesteld 
  • definitief wordt afgewezen (dus zodra het betreffende vonnis in kracht van gewijsde is gegaan)


Dit is geregeld in artikel 700 lid 3 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

'Tenzij op het tijdstip van het verlof reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, wordt het verlof verleend onder voorwaarde dat het instellen daarvan geschiedt binnen een door de voorzieningenrechter daartoe te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De voorzieningenrechter kan de termijn verlengen, indien de beslaglegger dit voor het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking is geen hogere voorziening toegelaten. In het geval van een beslag als bedoeld in artikel 714 of artikel 718 moet de verlenging, om haar werking te hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder verlenging zou verstrijken, schriftelijk zijn medegedeeld aan de in artikel 715 bedoelde vennootschap, onderscheidenlijk de in artikel 718 bedoelde derde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen.'

En in artikel 704 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering:

'Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen, en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is, en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd in kracht van gewijsde is gegaan.'


Rechtspraak over conservatoir beslag opheffen

Hieronder is een selectie van rechtspraak over het opheffen van conservatoir beslag vermeld.

Rechtspraak over opheffen conservatoir beslag wegens strijd met de waarheidsplicht

Procespartijen zijn verplicht de rechter naar waarheid te informeren op grond van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Hierop wordt streng getoetst in gerechtelijke procedures over opheffing van conservatoire beslagen.

Miscommunicatie op het advocatenkantoor van de beslaglegger maakt dit niet anders en komt juridisch gezien voor rekening en risico van de beslaglegger (ECLI:NL:RBLIM:2026:574):

'4.11. De voorzieningenrechter stelt voorop dat ex art. 21 Rv partijen verplicht zijn de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Dit geldt te meer voor een verzoekschriftprocedure waarbij verzocht wordt beslag te mogen leggen, nu de wederpartij in een dergelijke procedure niet wordt gehoord (ex parte-procedure). [...] Wat hier ook van zij, een interne miscommunicatie op het advocatenkantoor regardeert noch de voorzieningenrechter noch [eiser] . Anders dan [gedaagde] aanvoerde, was er wél uitgebreid verweer door [eiser] gevoerd. [...] Al deze kwesties hadden aan de voorzieningenrechter die over het verzochte beslag moest oordelen, moeten worden voorgelegd. Nu dit niet is gedaan, is in strijd met artikel 21 Rv gehandeld, zodat de voorzieningenrechter van oordeel is dat het beslag op ondeugdelijke gronden is gelegd en dient te worden opgeheven.'

 

Rechtspraak over opheffen conservatoir beslag op grond van belangenafweging

Een belangenafweging leidt tot opheffing van één van de gelegde conservatoire bankbeslagen omdat de debiteur anders op korte termijn failliet wordt verklaard (ECLI:NL:RBAMS:2026:255):

'4.7 Op korte termijn wordt het tegen [eiser] ingediende faillissementsrekest behandeld. Bij de huidige stand van zaken mag ervan worden uitgegaan dat het verzoek zal worden toegewezen en [eiser] dus failliet wordt verklaard. [eiser] heeft toegelicht dat de enige manier om dit te voorkomen is om de aanvrager van het faillissement (en andere schuldeisers) te betalen. Op dit moment is dat niet mogelijk omdat zowel de banktegoeden als de betaling die [bedrijf] gaat doen, beslagen zijn. [eiser] heeft 25 mensen in dienst en heeft op zichzelf een langjarige goede staat van dienst. Blijkbaar is zij recent in de problemen gekomen door toedoen van enkele (inmiddels ontslagen) medewerkers. Het belang van [eiser] bij haar voortbestaan is evident van groot gewicht. Daar tegenover staat het belang van [gedaagde] bij zekerheid voor haar - summierlijk deugdelijke - vordering. Of dat belang het beste gediend is met handhaving van alle door haar gelegde beslagen is echter maar de vraag, omdat daarmee een faillissement van [eiser] onafwendbaar wordt. Indien het faillissement wordt uitgesproken, is [gedaagde] haar zekerheid kwijt en moet zij maar afwachten of de curator haar vordering erkent en zo ja, of er uiteindelijk iets uit te keren valt. De belangenafweging leidt dan ook tot de conclusie dat [eiser] in staat moet worden gesteld om haar aanstaande faillissement zo mogelijk af te wenden.'


Rechtspraak over verbod opnieuw/nogmaals conservatoir beslag te leggen

Een vordering tot opheffing van conservatoir beslag kan onder omstandigheden worden gecombineerd met een vordering om opnieuw conservatoir beslag te leggen voor dezelfde vordering die ten grondslag lag aan het op te heffen beslag. Hoewel rechters hierover terughoudend oordelen, wordt in voorkomende gevallen een verbod opgelegd aan de beslaglegger om opnieuw conservatoire beslagen te leggen.

In een zaak waarin beweerdelijke persoonlijke aansprakelijkheid speelde, sprak de rechter een verbod tot het opnieuw leggen van conservatoir beslag uit (ECLI:NL:RBLIM:2026:574):

'4.18.De voorzieningenrechter stelt voorop dat de onder 4.7 - 4.9 neergelegde kader ook geldt voor het gevorderde verbod tot het opnieuw leggen van conservatoir beslag. De voorzieningenrechter verwijst hierbij naar HR 3 april 202, 18/05202, ECLI:NL:HR:2020:599), waar (onder meer) is geoordeeld dat indien de gevraagde voorziening strekt tot een verbod tot het treffen van een conservatoire maatregel de belangen van partijen dienen te worden afgewogen, waarbij in aanmerking moet worden genomen dat een conservatoir beslag naar zijn aard ertoe strekt om te waarborgen dat voor een vooralsnog niet vaststaande vordering verhaal mogelijk zal zijn ingeval de vordering in de hoofdzaak wordt toegewezen, terwijl de beslaglegger bij (definitieve) afwijzing van de vordering in de hoofdzaak voor de door het beslag ontstane schade aansprakelijk is.
4.19.Onder verwijzing naar rov. 4.14 waarbij geen aanknopingspunten zijn aangedragen waaruit kan worden afgeleid dat [eiser] in privé partij zou zijn, is de voorzieningenrechter van oordeel dat de belangenafweging in het voordeel van [eiser] in privé uitvalt, te meer nu [gedaagde] in dit kader onvoldoende verweer heeft gevoerd, zodat de voorzieningenrechter het bij petitum primair onder II gevorderde eveneens zal toewijzen, met dien verstande dat de voorzieningenrechter geen aanleiding ziet tot het opleggen van een dwangsom, zodat dit deel zal worden afgewezen.'

Cookie-voorkeuren

Wij gebruiken onze eigen cookies en cookies van derden voor statistische en analytische doeleinden om u de beste ervaring op onze website te bieden.

Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid
Wij respecteren uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.