Aansprakelijkheid advocaat wederpartij

Advocaat wederpartij aansprakelijk stellen: wanneer kan dat?

Kan een procespartij de advocaat van haar wederpartij aansprakelijk stellen voor de manier waarop deze de belangen van zijn cliënt behartigt? De Rechtbank Noord-Holland moest die vraag beantwoorden in een opvallende zaak tussen een grondhandelaar en een advocaat die gedupeerden van speculatieve grondhandel bijstaat.

De grondhandelaar stelde dat de advocaat onrechtmatig had gehandeld en verlangde niet alleen schadevergoeding, maar ook vergaande verboden voor zijn toekomstige optreden. De rechtbank wees alle vorderingen af. Volgens de rechtbank waren geen bijzondere omstandigheden aanwezig die aansprakelijkheid van de advocaat tegenover de wederpartij van zijn cliënt konden rechtvaardigen. De advocaat was binnen de grenzen van de toegestane, partijdige belangenbehartiging gebleven.

De zaak kreeg vervolgens een opmerkelijke wending. Niet het optreden van de advocaat, maar de aansprakelijkheidsprocedure tegen hem ging volgens de rechtbank te ver. De procedure was met geen ander doel gestart dan de advocaat te schaden en “monddood te maken” en leverde daarom misbruik van procesrecht op.

Het vonnis is gewezen op 05-08-2026 en gepubliceerd op 06-08-2026. De uitspraak introduceert geen nieuwe algemene aansprakelijkheidsregel, maar vormt wel een actuele en duidelijke toepassing van de hoge drempel die geldt voor aansprakelijkheid van een advocaat tegenover de wederpartij van zijn cliënt.

Lees de volledige uitspraak: Rechtbank Noord-Holland 05-08-2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:9851

aansprakelijkheid advocaat wederpartij

Waarom stelde Vastgoedplan de advocaat van haar wederpartij aansprakelijk?

De zaak speelde tussen Vastgoedplan Nederland B.V. en een advocaat die onder meer gedupeerden van speculatieve grondhandel bijstaat. De advocaat behartigde de belangen van een particuliere belegger die verschillende percelen landbouwgrond en aandelen in onverdeelde grond had gekocht van Vastgoedplan en een aan haar gelieerde vennootschap. Over deze investeringen was een geschil ontstaan.

Namens zijn cliënt beriep de advocaat zich onder meer op dwaling en oneerlijke handelspraktijken. Hij riep de buitengerechtelijke vernietiging van de koopovereenkomsten in en verlangde terugbetaling van de koopsommen. Vastgoedplan vond dat de advocaat daarmee de grenzen van zijn beroepsuitoefening had overschreden. Volgens de onderneming had hij ernstige beschuldigingen geuit zonder daarvoor voldoende bewijs te verstrekken. Ook zou hij wisselende juridische grondslagen hebben gebruikt en hebben geprobeerd Vastgoedplan en haar bestuurder onder druk te zetten. Verder vond Vastgoedplan dat de advocaat de verkeerde partij aansprak. Volgens haar had hij zich tot de curator van de gefailleerde zustervennootschap moeten richten. Vastgoedplan stelde dat het niet om een incident ging. De advocaat zou volgens haar een systematische werkwijze hanteren waarbij hij namens particuliere beleggers kansloze claims indiende tegen Vastgoedplan en aan haar gelieerde partijen.

De advocaat bestreed deze verwijten. Hij wees erop dat hij meer gedupeerden van speculatieve grondhandel bijstond en in vergelijkbare zaken met enige regelmaat succes had gehad. De aanspraken van zijn cliënt waren volgens hem juridisch en feitelijk gemotiveerd en zeker niet evident ongegrond.

Welke vorderingen stelde Vastgoedplan tegen de advocaat in?

Vastgoedplan vroeg de rechtbank onder meer om voor recht te verklaren dat de advocaat onrechtmatig tegenover haar had gehandeld. Daarnaast vorderde zij een schadevergoeding van ruim € 10.000 en, meer subsidiair, verwijzing naar een schadestaatprocedure.

Veel verstrekkender waren de gevorderde verboden. Vastgoedplan wilde dat de advocaat niet langer:

  • Vastgoedplan en aan haar verbonden vennootschappen of personen zonder voorafgaande rechterlijke toetsing zou mogen sommeren, dagvaarden of anderszins in rechte betrekken
  • namens zijn cliënt vergelijkbare stappen tegen Vastgoedplan zou mogen ondernemen
  • derden zou mogen inschakelen om vergelijkbare vorderingen tegen Vastgoedplan in te stellen
  • vorderingen zou mogen instellen waarvan hij wist of behoorde te weten dat deze verjaard of niet-ontvankelijk waren
  • negatieve uitlatingen over Vastgoedplan zou mogen doen zonder dat daarvoor vooraf een rechterlijk oordeel of concreet bewijs beschikbaar was


Vastgoedplan vorderde bovendien een verklaring voor recht dat de advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld.

De verboden zouden de advocaat dus niet alleen raken in het bestaande geschil. Zij zouden hem ook vergaand beperken bij de toekomstige behartiging van de belangen van andere cliënten tegenover Vastgoedplan en aan haar gelieerde partijen. Juist die verstrekkende gevolgen speelden later een belangrijke rol bij het oordeel dat Vastgoedplan misbruik van procesrecht had gemaakt.

Oordeel rechtbank: advocaat wederpartij niet aansprakelijk

De rechtbank stelde voorop dat eventuele aansprakelijkheid van een advocaat tegenover de wederpartij van zijn cliënt berust op artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW). Tussen de advocaat en de wederpartij bestaat immers geen overeenkomst van opdracht. Vanwege de bijzondere positie van de advocaat geldt een hoge aansprakelijkheidsdrempel:

'Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden voordat een advocaat tegenover een wederpartij aansprakelijk is.'

Een advocaat moet de gerechtvaardigde belangen van zijn cliënt behartigen en stelt zich daarbij partijdig op. In de uitoefening van zijn beroep komt hem veel beoordelingsruimte toe. Dat geldt ook wanneer zijn dienstverlening betrekking heeft op een mogelijke of reeds lopende procedure. De rechtbank benadrukt dat moet worden voorkomen dat het risico van aansprakelijkheid van de advocaat de mogelijkheid van de cliënt belemmert om rechtsmiddelen te gebruiken. Een advocaat moet een juridisch standpunt voor zijn cliënt kunnen innemen, ook als de wederpartij dat standpunt onjuist of ongegrond vindt. Volgens de rechtbank had Vastgoedplan geen bijzondere omstandigheden gesteld die aansprakelijkheid van de advocaat konden dragen.

De advocaat mocht een eigen juridische afweging maken

De rechtbank vond het niet onrechtmatig dat de advocaat Vastgoedplan en haar bestuurder had aangesproken. Het stond hem vrij om voor zijn cliënt een gemotiveerde juridische keuze te maken. Dat Vastgoedplan vond dat de advocaat zich tot de curator van een gefailleerde zustervennootschap had moeten richten, maakte zijn keuze nog niet onrechtmatig. Ook het verwijt dat de aanspraken van zijn cliënt mogelijk waren verjaard, was onvoldoende. Beslissend was dat de evidente ongegrondheid van de aanspraken van de cliënt niet was komen vast te staan.

Een verschil van mening over de aansprakelijke partij, de toepasselijke juridische grondslag, de verjaring van een vordering, de uitleg van de feiten of de kans van slagen van een mogelijke procedure betekent niet automatisch dat de advocaat de grenzen van de rechtmatige belangenbehartiging overschrijdt.

De advocaat mocht zelf bepalen welke informatie hij verstrekte

Vastgoedplan verweet de advocaat ook dat hij onvoldoende bewijsstukken had verstrekt voordat een procedure werd gestart. De rechtbank ging daarin niet mee. De advocaat had de feitelijke en juridische grondslagen van de aanspraken van zijn cliënt in de correspondentie genoemd. Vervolgens mocht hij zelf bepalen welke informatie hij bij de voorbereiding van een mogelijke procedure noodzakelijk en in het belang van zijn cliënt vond. De wederpartij kan niet voorschrijven hoe de advocaat het dossier van zijn cliënt moet opbouwen of welke stukken hij voorafgaand aan een procedure moet verstrekken.

Ook artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (RV) bood Vastgoedplan geen grondslag. De in dat artikel opgenomen waarheidsplicht geldt binnen een procedure. De door de advocaat voorbereide zaak was niet aanhangig gemaakt, zodat van schending van artikel 21 Rv geen sprake kon zijn.

Geen systematische indiening van kansloze claims

Vastgoedplan stelde dat de advocaat zich structureel bezighield met het indienen van kansloze claims namens particuliere beleggers. De rechtbank verwierp dat verwijt. De advocaat had in procedures over speculatieve grondhandel met enige regelmaat succes gehad. Daarbij was onder meer met succes een beroep gedaan op dwaling en oneerlijke handelspraktijken. Daarom kon niet worden volgehouden dat de advocaat een commerciële werkwijze hanteerde waarbij hij systematisch kansloze claims indiende of nodeloos procedeerde.

De rechtbank zag ook geen feitelijke grond voor de beschuldiging dat de advocaat actief aanstuurde op het benadelen van Vastgoedplan en aan haar gelieerde partijen. Dat Vastgoedplan regelmatig werd aangesproken door de advocaat en andere advocaten van particuliere beleggers kon voor de onderneming bezwaarlijk zijn. Volgens de rechtbank hing dit echter samen met de aard van de speculatieve grondhandel waarmee zij zich bezighield. Dat leverde geen grond op om de advocaat aansprakelijk te houden.

Uitlatingen advocaat waren niet onnodig grievend

Vastgoedplan vond termen als “misleiding” en “windhandel” onnodig grievend. De rechtbank sloot echter aan bij een eerdere beslissing van de voorzitter van de Raad van Discipline. Volgens die beslissing waren de uitlatingen van de advocaat, bezien in hun context, functioneel en naar objectieve maatstaven niet onnodig grievend.

Het gebruik van voor de wederpartij onwelgevallige of scherpe kwalificaties is niet zonder meer onrechtmatig. Van belang is of de uitlatingen verband houden met de behartiging van het belang van de cliënt, voldoende steun vinden in het beschikbare feitenmateriaal en niet onnodig grievend zijn. De rechtbank concludeerde dat de advocaat de belangen van Vastgoedplan niet op onaanvaardbare wijze had geschaad.

Wanneer kan de advocaat van de wederpartij wel aansprakelijk zijn?

De hoge drempel betekent niet dat aansprakelijkheid van de advocaat tegenover de wederpartij volledig is uitgesloten. De rechtbank noemt verschillende bijzondere omstandigheden die aansprakelijkheid mogelijk kunnen rechtvaardigen:

  • het bewust verstrekken van onjuiste informatie
  • het bewust verstrekken van misleidende informatie
  • het instellen van een vordering waarvan de advocaat weet of behoort te weten dat deze evident ongegrond is
  • het gebruiken van een middel dat op zichzelf ongeoorloofd is
  • andere proceshandelingen die een grove fout van de advocaat opleveren


De aanwezigheid van dit soort omstandigheden leidt niet automatisch tot aansprakelijkheid. Steeds moet worden gekeken naar de volledige context, de informatie waarover de advocaat beschikte en het belang dat hij voor zijn cliënt probeerde te behartigen. De verweten gedraging moet bovendien voldoende concreet aan de advocaat kunnen worden toegerekend. Een algemene beschuldiging dat de advocaat “meewerkt” aan het handelen van zijn cliënt, is daarvoor doorgaans onvoldoende.

Naast een onrechtmatige gedraging moeten ook de overige vereisten van artikel 6:162 BW worden aangetoond: toerekenbaarheid, schade, causaal verband tussen de gedraging en de schade en relativiteit van de geschonden norm.

Waarom geldt een hoge drempel voor aansprakelijkheid van de advocaat?

Partijdigheid is in artikel 10a lid 1 onder b Advocatenwet uitdrukkelijk als kernwaarde van de advocatuur vastgelegd. Een advocaat moet juridische standpunten kunnen innemen, procedures kunnen voeren en rechtsmiddelen kunnen adviseren zonder bij iedere afwijzing door de wederpartij aansprakelijk te worden gesteld.

Zou iedere onjuiste inschatting, scherpe formulering of afgewezen vordering tot aansprakelijkheid tegenover de wederpartij kunnen leiden, dan zou dat advocaten ervan kunnen weerhouden om in juridisch moeilijke of risicovolle zaken op te treden.

De partijdige positie van de advocaat is daarom een belangrijke rechtvaardiging voor zijn ruime professionele beoordelingsvrijheid. De advocaat staat echter niet boven de wet. Hij mag de belangen van zijn cliënt uitsluitend met rechtmatige middelen behartigen. De grens wordt bereikt wanneer de advocaat niet langer alleen het belang van zijn cliënt verdedigt, maar zelf een voldoende ernstige en zelfstandige normschending begaat.

Verschil tussen aansprakelijkheid tegenover cliënt, wederpartij en andere derden

Bij de beoordeling van de aansprakelijkheid van een advocaat is eerst van belang tegenover wie de advocaat mogelijk een fout heeft gemaakt. Voor de eigen cliënt, de wederpartij van de cliënt en andere derden gelden verschillende juridische uitgangspunten.

advocaat wederpartij aansprakelijk stellen

Aansprakelijkheid tegenover de eigen cliënt

Tegenover zijn eigen cliënt moet een advocaat handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Deze zorgplicht vloeit in beginsel voort uit de overeenkomst van opdracht en artikel 7:401 BW. Een advocaat kan bijvoorbeeld een beroepsfout maken als hij:

  • een beroepstermijn laat verlopen
  • onvoldoende adviseert over belangrijke procesrisico’s
  • nalaat de cliënt voor een voorzienbaar juridisch gevaar te waarschuwen
  • een proceshandeling verzuimt
  • of ondeugdelijk juridisch advies verstrekt


Dat een zaak wordt verloren, bewijst overigens nog niet dat de advocaat een beroepsfout heeft gemaakt. Ook moeten schade en causaal verband worden aangetoond. Verder is van belang wie de contractuele wederpartij van de cliënt is. Dat kan de individuele advocaat zijn, maar ook het advocatenkantoor waar de opdracht is ondergebracht.

Aansprakelijkheid tegenover de wederpartij

De wederpartij heeft de advocaat niet als adviseur ingeschakeld. Zij moet er juist rekening mee houden dat de advocaat het belang van zijn eigen cliënt partijdig behartigt. Daarom kan de maatstaf die tegenover de eigen cliënt geldt niet worden toegepast op een claim van de wederpartij.

Aansprakelijkheid tegenover de wederpartij berust in beginsel op artikel 6:162 BW. Vanwege de partijdige positie en professionele vrijheid van de advocaat zijn bijzondere omstandigheden nodig. Het moet gaan om een zelfstandige en voldoende ernstige normschending.


Aansprakelijkheid tegenover andere derden

Een advocaat kan ook belangen raken van personen of ondernemingen die geen cliënt en evenmin de directe wederpartij zijn. Denk aan schuldeisers die worden benadeeld door een transactie waarbij de advocaat zijn cliënt adviseert.

Volgens de Hoge Raad moet een advocaat onder omstandigheden rekening houden met bekende of redelijkerwijs kenbare, gerechtvaardigde belangen van zulke derden. Als de advocaat weet of behoort te begrijpen dat die belangen door zijn dienstverlening op onaanvaardbare wijze kunnen worden geschaad, moet hij zijn dienstverlening daarop afstemmen. Dat kan betekenen dat hij:

  • zijn cliënt waarschuwt
  • nader onderzoek doet
  • een transactie ontraadt
  • of in een uitzonderlijk geval zijn medewerking weigert


Ook tegenover andere derden geldt echter geen algemene zorg- of onderzoeksplicht. De advocaat mag in beginsel afgaan op de informatie van zijn cliënt zolang geen concrete aanwijzingen bestaan dat die informatie onjuist is of dat derden door zijn dienstverlening op onaanvaardbare wijze worden benadeeld.

In het arrest d.d. 17-01-2020 (ECLI:NL:HR:2020:61) paste de Hoge Raad deze maatstaf toe op advocaten die betrokken waren geweest bij betalingsinstructies rond de verkoop van een vliegtuig. Schuldeisers stelden dat de advocaten hadden meegewerkt aan het onttrekken van de verkoopopbrengst aan verhaal. De Hoge Raad oordeelde dat zelfs de wetenschap dat een cliënt of het concern waartoe deze behoort financieel in zwaar weer verkeert, op zichzelf onvoldoende is om een onderzoeksplicht aan te nemen. De inhoud en reikwijdte van de opdracht en concrete aanwijzingen voor benadeling zijn mede bepalend.

De juridische verhouding bepaalt de maatstaf

Dezelfde gedraging kan tegenover de eigen cliënt een beroepsfout zijn, zonder dat zij tegenover de wederpartij of een andere derde onrechtmatig is.

Daarom moet bij iedere aansprakelijkheidsclaim eerst worden vastgesteld:

  • welke verhouding aan de orde is
  • welke zorgvuldigheidsnorm daarbij geldt
  • welk handelen aan de advocaat wordt verweten
  • en welk zelfstandig verwijt de advocaat daarvan kan worden gemaakt



Bestaande rechtspraak over aansprakelijkheid advocaat wederpartij

De Rechtbank Noord-Holland verwijst voor de zware aansprakelijkheidsmaatstaf onder meer naar een arrest van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch d.d. 07-02-2017 en de daaropvolgende conclusie van advocaat-generaal Wissink. Ook in die zaak werd onderzocht of een advocaat aansprakelijk kon zijn tegenover de wederpartij van zijn cliënt. Het hof ging uit van een hoge drempel en beoordeelde of sprake was van bijzondere omstandigheden en een grove fout van de advocaat.

Advocaat-generaal Wissink lichtte vervolgens in zijn conclusie d.d. 20-04-2018 toe waarom terughoudendheid noodzakelijk is. Een advocaat moet niet door een aansprakelijkheidsrisico worden ontmoedigd om rechtsbijstand te verlenen in een juridisch moeilijke of risicovolle zaak. Dat laat onverlet dat aansprakelijkheid mogelijk blijft wanneer de advocaat zelf een voldoende ernstige fout maakt. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep in die zaak met toepassing van artikel 81 lid 1 Wet op de Rechterlijke Organisatie (RO).

De uitspraak van de Rechtbank Noord-Holland uit 2026 past binnen deze bestaande terughoudende lijn. Zij vormt vooral een relevante feitelijke toepassing en geen nieuwe algemene ontwikkeling.

Aansprakelijkheidsprocedure was misbruik van procesrecht

Het meest opvallende onderdeel van het vonnis is wellicht dat de aansprakelijkheidsprocedure zich tegen Vastgoedplan keerde. De gevorderde verboden kwamen er volgens de rechtbank kort gezegd op neer dat de advocaat niets negatiefs meer over Vastgoedplan zou mogen doen of zeggen zonder rechterlijke toestemming. Gelet op de krachtige bewoordingen van de klachten, de vorderingen en de onderliggende correspondentie vond de rechtbank het voorstelbaar dat de advocaat de gang van zaken als intimiderend had ervaren. De rechtbank betrok bij haar oordeel ook een e-mail van de bestuurder van Vastgoedplan. Daarin had hij in een andere grondhandelkwestie aangekondigd dat hij zich persoonlijk zou inzetten om de advocaat “aan te pakken” als deze niet van die kwestie zou afzien.

Volgens de rechtbank kon Vastgoedplan met het instellen van de gevorderde verboden geen ander doel hebben gehad dan de advocaat monddood te maken in grondhandelzaken. De rechtbank concludeerde:

'Vastgoedplan is een procedure gestart met geen ander doel dan het schaden van [gedaagde].'

Volgens de rechtbank was op voorhand volkomen duidelijk dat de vorderingen geen enkele kans van slagen hadden. Het nodeloos procederen leverde daarom misbruik van procesrecht op.

Volledige proceskostenvergoeding in beginsel passend

De rechtbank vond vanwege het misbruik van procesrecht een volledige proceskostenveroordeling in beginsel op haar plaats. Dat betekent echter niet dat Vastgoedplan in deze zaak daadwerkelijk is veroordeeld tot betaling van alle werkelijk gemaakte advocaatkosten.

De advocaat had zijn aanspraak om hem moverende redenen - het vonnis vermeldt: ter voorkoming van discussies hierover - beperkt tot een bedrag dat overeenkwam met het liquidatietarief. De rechtbank wees daarom (maar) € 2.869 toe.

De juridische conclusie is dus:

  • de rechtbank stelde misbruik van procesrecht vast
  • een volledige vergoeding van de proceskosten was volgens de rechtbank in beginsel passend
  • maar doordat de advocaat zijn aanspraak had beperkt, zijn niet de werkelijk gemaakte advocaatkosten toegewezen


Het oordeel betekent overigens niet dat iedere afgewezen aansprakelijkheidsclaim misbruik van procesrecht oplevert. Rechters moeten daarmee terughoudend omgaan vanwege het recht op toegang tot de rechter. In deze zaak waren vooral de vergaande verboden, de dreigende correspondentie en het kennelijke doel om de advocaat in zijn beroepsuitoefening te treffen bepalend.

Meer informatie over de gebruikelijke begroting van advocaatkosten staat op onze pagina over het liquidatietarief

Aansprakelijkstelling advocaat wederpartij kan tuchtrechtelijk verwijtbaar zijn

Ook in het advocatentuchtrecht wordt het aansprakelijk stellen van de advocaat van de wederpartij als een zwaar middel gezien.

Het Hof van Discipline oordeelde in zijn uitspraak d.d. 04-09-2020 (ECLI:NL:TAHVD:2020:177) dat een advocaat tuchtrechtelijk verwijtbaar had gehandeld door de advocaat van de wederpartij zonder voldoende grond aansprakelijk te stellen en zo onderdeel te maken van het geschil tussen de cliënten.

In een uitspraak d.d. 13-01-2025 (ECLI:NL:TAHVD:2025:21) formuleerde het Hof van Discipline dat een redelijke grond en concrete aanknopingspunten nodig zijn voor de stelling dat de andere advocaat bij zijn rechtsbijstand onrechtmatig heeft gehandeld. De verweten gedragingen moeten redelijkerwijs en specifiek aan die advocaat kunnen worden toegerekend.

Deze tuchtrechtelijke rechtspraak bepaalt niet automatisch of civielrechtelijke aansprakelijkheid bestaat. De civiele rechter past een eigen aansprakelijkheidsmaatstaf toe. De uitspraken onderstrepen wel dat de advocaat van de wederpartij niet lichtvaardig in de rechtsstrijd tussen de cliënten mag worden betrokken.

Wat betekent deze uitspraak voor vergelijkbare zaken?

De uitspraak laat zien dat een aansprakelijkstelling van de advocaat van de wederpartij zorgvuldig moet worden voorbereid. Het is niet voldoende dat de advocaat een standpunt inneemt dat volgens de wederpartij onjuist, kansloos, schadelijk, grievend of onvoldoende onderbouwd is. Vooraf moeten in ieder geval de volgende vragen worden beantwoord:

  • Welke concrete gedraging wordt aan de advocaat verweten?
  • Werd met die gedraging een gerechtvaardigd belang van de cliënt behartigd?
  • Wat wist de advocaat of wat had hij redelijkerwijs moeten begrijpen?
  • Was sprake van bewuste misleiding, evidente ongegrondheid, een ongeoorloofd middel of een grove fout?
  • Welke schade is juist door die specifieke gedraging veroorzaakt?
  • Kan de aansprakelijkstelling worden gezien als een poging om de advocaat onder druk te zetten of zijn bijstand aan de cliënt te bemoeilijken?


Ook het feit dat de cliënt uiteindelijk ongelijk krijgt, bewijst niet dat de advocaat vooraf wist of behoorde te weten dat het ingenomen standpunt evident ongegrond was. De juridische houdbaarheid moet worden beoordeeld aan de hand van de informatie en omstandigheden die op het moment van het optreden bekend waren of redelijkerwijs bekend behoorden te zijn.


Veelgestelde vragen over aansprakelijkheid van de advocaat van de wederpartij 

Hieronder worden veelgestelde vragen beantwoord over aansprakelijkheid van de advocaat de wederpartij.

1. Kan ik de advocaat van mijn wederpartij aansprakelijk stellen?

Dat kan, maar alleen onder bijzondere omstandigheden. Het is onvoldoende dat u het oneens bent met het standpunt van de advocaat of dat een door hem ondersteunde vordering uiteindelijk wordt afgewezen. Er moet sprake zijn van een concrete en voldoende ernstige normschending die aan de advocaat kan worden toegerekend. Ook moeten onder meer schade en causaal verband worden aangetoond.

2. Welke aansprakelijkheidsnorm geldt voor een advocaat?

Dat hangt af van de verhouding. Tegenover de eigen cliënt moet een advocaat handelen zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend advocaat mag worden verwacht. Tegenover de wederpartij geldt vanwege de partijdige rol van de advocaat een veel hogere drempel. Tegenover andere derden kan een advocaat onder omstandigheden rekening moeten houden met bekende of redelijkerwijs kenbare, gerechtvaardigde belangen.

3. Wanneer kan de advocaat van de tegenpartij aansprakelijk zijn?

Dat kan bijvoorbeeld aan de orde zijn als de advocaat bewust onjuiste of misleidende informatie verstrekt, een ongeoorloofd middel gebruikt, betrokken is bij een vordering waarvan hij weet of behoort te weten dat deze evident ongegrond is of zelf een grove fout maakt. Deze omstandigheden leiden niet automatisch tot aansprakelijkheid. De volledige context en het behartigde cliëntbelang blijven relevant.

4. Is een advocaat aansprakelijk als de vordering van zijn cliënt wordt afgewezen?

Nee. Procedures kennen juridische en feitelijke onzekerheden. Dat een rechter de cliënt uiteindelijk ongelijk geeft, bewijst niet dat de advocaat vooraf wist of behoorde te weten dat het ingenomen standpunt evident ongegrond was. De handelwijze van de advocaat moet worden beoordeeld aan de hand van de informatie en omstandigheden die op dat moment bekend waren of redelijkerwijs bekend behoorden te zijn.

5. Kan het aansprakelijk stellen van de advocaat van de wederpartij tuchtrechtelijk riskant zijn?

Ja. Het aansprakelijk stellen van de advocaat van de wederpartij is een zwaar middel. Volgens het Hof van Discipline moeten daarvoor een redelijke grond en concrete aanknopingspunten bestaan. De verweten gedragingen moeten specifiek aan de advocaat kunnen worden toegerekend. Een advocaat die zonder voldoende grond de advocaat van de wederpartij aansprakelijk stelt, kan daarmee zelf tuchtrechtelijk verwijtbaar handelen.

6. Krijg ik de werkelijke advocaatkosten vergoed bij misbruik van procesrecht?

Alleen in buitengewone omstandigheden kan een volledige vergoeding van de werkelijk gemaakte proceskosten worden toegewezen. Rechters moeten daarmee terughoudend omgaan vanwege het recht op toegang tot de rechter. In de besproken zaak vond de rechtbank een volledige proceskostenvergoeding in beginsel passend. Omdat de advocaat zijn aanspraak had beperkt tot het liquidatietarief, werden uiteindelijk niet de werkelijke advocaatkosten toegewezen.

Overweegt u de advocaat van uw wederpartij aansprakelijk te stellen?

Wees daarmee terughoudend. Alleen in bijzondere omstandigheden bestaat daarvoor een reële civielrechtelijke grondslag. Laat bij twijfel eerst de aansprakelijkheid, de bewijspositie en de mogelijke procesrisico’s beoordelen, zonder de advocaat van de wederpartij al direct in het conflict te betrekken.

Conclusie: aansprakelijkheid advocaat wederpartij blijft uitzondering

advocaat aansprakelijkheidsrechtEen advocaat van de wederpartij kan aansprakelijk zijn, maar niet enkel omdat hij een onwelgevallig standpunt verdedigt, stevige taal gebruikt of een claim ondersteunt die later niet slaagt.

Vanwege zijn partijdige rol en professionele beoordelingsruimte zijn bijzondere omstandigheden nodig. De rechtspraak noemt onder meer bewuste misleiding, evidente ongegrondheid, ongeoorloofde middelen en een grove fout als mogelijke aanknopingspunten.

De Rechtbank Noord-Holland paste deze zware maatstaf toe op een aansprakelijkheidsclaim tegen een advocaat die gedupeerden van speculatieve grondhandel bijstond. De advocaat bleef binnen de grenzen van de toegestane belangenbehartiging. De aansprakelijkheidsprocedure tegen hem ging volgens de rechtbank juist te ver en leverde misbruik van procesrecht op.

Daarmee is de uitspraak vooral relevant als waarschuwing: wie de advocaat van zijn wederpartij aansprakelijk wil stellen, moet beschikken over een concrete en zelfstandige juridische grondslag. Wordt de aansprakelijkstelling vooral als drukmiddel gebruikt, dan kan dit de eigen procespositie ernstig schaden.


Advies over aansprakelijkheid

Heeft u een geschil over aansprakelijkheid of wordt u zelf aansprakelijk gesteld? Wij kunnen de juridische grondslag, bewijspositie en procesrisico’s van uw zaak beoordelen. Neem contact op voor een eerste bespreking van uw mogelijkheden.

Bel ons op 010 - 820 028 4

Of laat ons u vrijblijvend terugbellen door hieronder uw contactgegevens in te vullen. Dan bellen wij u zodra het u uitkomt. Dit is praktisch als u contact wilt opnemen buiten onze openingstijden.

Contact opnemen voor gratis advies

Ja, neem vrijblijvend contact met mij op voor gratis advies.

 

Naam*:
Bedrijfsnaam:
Telefoon*:
Uw bericht*:
Velden met een * zijn verplicht

De informatie op deze pagina is samengesteld door mr. Lucien Ridderbroek (advocaat) en is geactualiseerd per 7 augustus 2026.

Cookie-voorkeuren

Wij gebruiken onze eigen cookies en cookies van derden voor statistische en analytische doeleinden om u de beste ervaring op onze website te bieden.

Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid
Wij respecteren uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.