Wanneer is een formeel of feitelijk bestuurder aansprakelijk voor onbetaalde facturen?

Een B.V. is in beginsel uitsluitend zelf aansprakelijk voor haar onbetaalde facturen. Onder bijzondere omstandigheden kan echter ook een formeel bestuurder of iemand die de onderneming feitelijk bestuurt persoonlijk aansprakelijk zijn. Daarvoor is niet voldoende dat de B.V. niet betaalt: per betrokken persoon moet kunnen worden vastgesteld dat hem of haar persoonlijk een ernstig verwijt treft. Dat vraagt om twee afzonderlijke beoordelingen:

  1. Wie bestuurde de vennootschap formeel en wie bepaalde in werkelijkheid het beleid?
  2. En welk handelen of nalaten kan ieder van hen persoonlijk worden verweten?


Twee recente arresten van het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch illustreren dit onderscheid. In de onderliggende kwestie had een advocatenkantoor juridische werkzaamheden voor een B.V. verricht, waarna declaraties onbetaald bleven. Het advocatenkantoor sprak vervolgens in afzonderlijke procedures zowel de persoon aan die de vennootschap feitelijk bestuurde als de formeel bestuurder. Het hof beoordeelde bij ieder afzonderlijk of diens eigen rol en gedragingen persoonlijke aansprakelijkheid rechtvaardigden.

Hieronder worden de maatstaf, de verschillen tussen beide bestuurdersrollen, de bewijspositie en de belangrijkste grenzen van persoonlijke aansprakelijkheid besproken.

Welke maatstaf geldt voor de formeel en feitelijk bestuurder?

De hoofdregel is eenvoudig: de overeenkomst is gesloten met de B.V. en dus moet de B.V. haar schuld betalen. Het privévermogen van de bestuurder staat daar normaal gesproken buiten. Voor persoonlijke aansprakelijkheid tegenover een schuldeiser is meer nodig. De juridische grondslag daarvoor is artikel 6:162 BW, de onrechtmatige daad.

De Hoge Raad onderscheidt in Ontvanger/Roelofsen (HR 8 december 2006, ECLI:NL:HR:2006:AZ0758) grofweg twee situaties:

  1. De eerste is dat een bestuurder namens de vennootschap verplichtingen aangaat terwijl hij weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap niet zal kunnen nakomen én geen verhaal zal bieden. Dit wordt doorgaans de Beklamel-norm genoemd, naar HR 6 oktober 1989, ECLI:NL:HR:1989:AB9521

  2. De tweede situatie is dat een bestuurder bewerkstelligt of toelaat dat de vennootschap haar verplichtingen niet nakomt. Aansprakelijkheid kan dan ontstaan als de bestuurder wist of redelijkerwijs had behoren te begrijpen dat zijn handelen ertoe zou leiden dat de schuldeiser schade zou lijden en daarvoor geen verhaal zou hebben.


In beide gevallen geldt een hoge drempel. De bestuurder moet persoonlijk een ernstig verwijt kunnen worden gemaakt.

Aansprakelijkheid moet per persoon worden bewezen

Dat iemand formeel bestuurder is en een ander de vennootschap feitelijk aanstuurt, maakt niet automatisch beiden persoonlijk aansprakelijk. Eerst moet per persoon worden vastgesteld welke rol hij of zij werkelijk vervulde. Vervolgens moet uit de concrete feiten blijken welk eigen persoonlijk ernstig verwijt die persoon treft van het onbetaald en onverhaalbaar blijven van de facturen.

Wanneer is de formeel bestuurder aansprakelijk voor onbetaalde facturen?

Een formeel of statutair bestuurder draagt de verantwoordelijkheid voor het bestuur van de vennootschap. Die verantwoordelijkheid betekent niet dat iedere onbetaalde rekening automatisch tot privéaansprakelijkheid leidt.

Ook een bestuurder mag ondernemen, risico's nemen, werkzaamheden delegeren en bepaalde taken aan anderen overlaten. De vraag is waar normale taakverdeling eindigt en persoonlijk ernstig verwijtbaar handelen of nalaten begint.

Verplichtingen aangaan zonder reële mogelijkheid van betaling en verhaal

Een klassieke aansprakelijkheidsroute ontstaat wanneer een bestuurder een overeenkomst namens de B.V. aangaat terwijl hij op dat moment weet of redelijkerwijs behoort te begrijpen dat de vennootschap de daaruit voortvloeiende verplichtingen niet zal kunnen nakomen en evenmin verhaal zal bieden. Die maatstaf komt uit het Beklamel-arrest.

Niet iedere verkeerde verwachting is voldoende. Dat een opdracht achteraf verliesgevend blijkt, een financiering niet doorgaat of inkomsten tegenvallen, betekent niet automatisch dat de bestuurder persoonlijk aansprakelijk is. Het gaat om de wetenschap op het moment waarop de verplichting wordt aangegaan of voortgezet. Daarbij kunnen bijvoorbeeld de liquiditeitspositie, structurele betalingsachterstanden, het ontbreken van inkomsten, bestaande schulden, beschikbare financiering en concrete vooruitzichten op betaling relevant zijn.

Niet waarschuwen voor betalingsproblemen

Persoonlijke aansprakelijkheid kan ook ontstaan doordat een bestuurder relevante financiële informatie niet met een contractspartij deelt. Dat betekent niet dat iedere bestuurder verplicht is om bij de eerste liquiditeitskrapte iedere leverancier te waarschuwen. Ook hier zijn de omstandigheden bepalend.

Anders kan het worden wanneer de bestuurder weet dat de vennootschap gedurende langere tijd waarschijnlijk niet zal kunnen betalen, terwijl de wederpartij in de veronderstelling verkeert dat normale betaling zal volgen en daarom werkzaamheden blijft verrichten of goederen blijft leveren.

Een waarschuwing had de schuldeiser dan bijvoorbeeld de mogelijkheid kunnen geven om:

  • verdere werkzaamheden te staken;
  • een voorschot te verlangen;
  • aanvullende zekerheid te bedingen;
  • de opdracht helemaal niet aan te nemen.


Voor aansprakelijkheid is vervolgens ook van belang welke schade door het ontbreken van die waarschuwing is veroorzaakt. Een bestuurder is niet zonder meer aansprakelijk voor iedere reeds bestaande schuld.

Het feitelijke bestuur aan een ander overlaten

Een formeel bestuurder mag taken delegeren. Het enkele feit dat een gevolmachtigde, partner, aandeelhouder, adviseur of andere betrokkene veel praktische werkzaamheden uitvoert, maakt de formeel bestuurder dus niet aansprakelijk. Maar de formele bestuurstaak verdwijnt niet door een volmacht.

Juist wanneer een ander vergaande bevoegdheden krijgt en feitelijk belangrijke ondernemingsbeslissingen neemt, kan van de formeel bestuurder worden verlangd dat deze voldoende zicht houdt op de bedrijfsvoering, financiële verplichtingen en het gebruik van de verleende bevoegdheden. Volledige bestuurlijke afzijdigheid kan daardoor onder bijzondere omstandigheden een eigen aansprakelijkheidsgrond opleveren.

Arrest 1: aansprakelijkheid formeel bestuurder door ontbrekende waarschuwing en toezicht

Een van de twee hiervoor genoemde procedures van het advocatenkantoor betrof de formeel bestuurder van de B.V. Daarover oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 4 november 2025, ECLI:NL:GHSHE:2025:3162

In deze procedure stond niet het handelen van de feitelijk bestuurder, maar de eigen verantwoordelijkheid van de formeel bestuurder centraal. De formeel bestuurder hield zich in de praktijk nauwelijks met de bedrijfsvoering bezig. Haar partner trad namens de vennootschap op, verstrekte de opdracht en onderhield het contact met het advocatenkantoor. Van bijzonder belang was dat de formeel bestuurder in de procedure zelf stelde dat de vennootschap vanaf oktober 2018 geen inkomsten had en afhankelijk was van de oplossing van een geschil voordat weer financiële middelen beschikbaar zouden komen.

Volgens het hof had het advocatenkantoor over die financiële omstandigheden moeten worden gewaarschuwd. Het kantoor had dan kunnen beslissen niet verder te werken, betaling vooraf te verlangen of zekerheid te bedingen. De formeel bestuurder had bovendien de bedrijfsvoering in belangrijke mate aan haar partner overgelaten zonder voldoende toezicht te houden op de verplichtingen die namens de vennootschap werden aangegaan.

Het hof oordeelde dat haar onder deze omstandigheden persoonlijk een ernstig verwijt trof.

De essentie is dus niet dat een formeel bestuurder automatisch aansprakelijk wordt voor alles wat een feitelijk bestuurder doet. Doorslaggevend waren mede haar eigen afzijdigheid, het ontbreken van toezicht en het uitblijven van een waarschuwing.

Wanneer is de feitelijk bestuurder of beleidsbepaler aansprakelijk?

Niet alleen degene die in het handelsregister als bestuurder staat vermeld, kan in beeld komen. Soms wordt een onderneming formeel door persoon A bestuurd, terwijl persoon B in werkelijkheid de belangrijke beslissingen neemt. Voor aansprakelijkheid tegenover een individuele schuldeiser is vervolgens relevant of de positie van die persoon voldoende bestuurlijk van aard is én of hem van de concrete benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

Wanneer is iemand feitelijk bestuurder?

De functietitel is niet beslissend. Er moet naar de werkelijkheid worden gekeken. Relevante omstandigheden kunnen zijn dat iemand belangrijke bestuursaangelegenheden behandelt, opdrachten namens de onderneming verstrekt, onderhandelingen voert, de financiële of operationele koers bepaalt, werknemers of adviseurs aanstuurt of in werkelijkheid beslist welke verplichtingen worden aangegaan.

Ook de verhouding tot het formele bestuur speelt een rol. Hoe minder het formele bestuur zelf bestuurt en hoe meer beslissingsmacht een ander feitelijk naar zich toetrekt, hoe relevanter diens positie kan worden. Dat betekent niet dat iedere invloedrijke aandeelhouder, partner of adviseur meteen feitelijk bestuurder is.

Feitelijke invloed is niet voldoende

Een belangrijk onderscheid is dat invloed, vertegenwoordiging en feitelijk bestuur niet hetzelfde zijn. Iemand kan namens een B.V. corresponderen, onderhandelen of als gevolmachtigde optreden zonder dat hij daarmee de positie van feitelijk bestuurder inneemt.

Zo vormt Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden 26 april 2022, ECLI:NL:GHARL:2022:3250 een belangrijke begrenzing: betrokkenheid bij of vertegenwoordiging van de vennootschap rechtvaardigt niet zonder meer de conclusie dat sprake is van een bestuurlijke positie en persoonlijke aansprakelijkheid.

Ook moet onderscheid worden gemaakt tussen de begrippen feitelijk bestuurder en feitelijk beleidsbepaler.

Feitelijk beleidsbepaler is een contextgebonden begrip

De term feitelijk beleidsbepaler heeft niet in iedere aansprakelijkheidsroute exact dezelfde functie. Artikel 2:248 lid 7 BW bevat een specifieke gelijkstelling voor aansprakelijkheid voor het faillissementstekort. Bij aansprakelijkheid tegenover een individuele schuldeiser uit onrechtmatige daad moet afzonderlijk worden beoordeeld of iemand in de praktijk een voldoende bestuurlijke positie innam en of hem van de concrete benadeling persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

De Hoge Raad heeft in het Red Dragon-arrest van 24 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:445 voor artikel 2:248 lid 7 BW verduidelijkt dat volledige uitschakeling van het formele bestuur niet nodig is. Iemand kan mede het beleid bepalen als ware hij bestuurder terwijl formele bestuurders daarnaast actief blijven.

Dat arrest betreft echter aansprakelijkheid voor het faillissementstekort. Het mag daarom niet zonder meer worden gelijkgesteld met aansprakelijkheid van een feitelijk bestuurder tegenover één individuele schuldeiser uit artikel 6:162 BW.

Betalingsbeloften en betalingsonwil

Bij onbetaalde facturen kan vooral de combinatie van feitelijke zeggenschap en betalingsgedrag relevant zijn. Een betalingsbelofte die uiteindelijk niet wordt nagekomen, is op zichzelf onvoldoende voor persoonlijke aansprakelijkheid.

Dat kan anders worden wanneer iemand die de onderneming feitelijk bestuurt weet dat een schuldeiser vanwege herhaalde toezeggingen blijft presteren, terwijl hij tegelijkertijd bewust verhindert of nalaat dat opeisbare facturen worden voldaan. Ook betalingsonmacht en betalingsonwil moeten zorgvuldig worden onderscheiden.

In Van Waning/Van der Vliet (HR 3 april 1992, ECLI:NL:HR:1992:ZC0564) maakte de Hoge Raad duidelijk dat gestelde betalingsonmacht niet noodzakelijk uitsluit dat sprake is van betalingsonwil. Ook beschikbare of te verkrijgen kredietmogelijkheden kunnen onder omstandigheden relevant zijn.

Arrest 2: aansprakelijkheid feitelijk bestuurder wegens persoonlijk ernstig verwijtbare betalingsonwil

De andere procedure uit dezelfde kwestie was gericht tegen de persoon die de B.V. volgens het advocatenkantoor feitelijk bestuurde. Over diens aansprakelijkheid oordeelde het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch op 19 november 2024, ECLI:NL:GHSHE:2024:3617.

Waar in het eerdere arrest uit 2025 de aansprakelijkheid van de formeel bestuurder centraal stond, ging het in deze procedure om de vraag of de man die de onderneming in de praktijk aanstuurde zelf als feitelijk bestuurder persoonlijk aansprakelijk was.

Hij stond niet formeel als bestuurder ingeschreven, maar nam volgens het hof in werkelijkheid een voldoende bestuurlijke positie in. Hij hield zich bezig met belangrijke bestuursaangelegenheden, had de opdracht aan het advocatenkantoor verstrekt en trad als contactpersoon op. De formeel bestuurder bemoeide zich nauwelijks inhoudelijk met de bedrijfsvoering. Daarmee was echter nog niet automatisch gegeven dat de feitelijk bestuurder persoonlijk aansprakelijk was. Het hof keek vervolgens naar zijn eigen handelen.

Volgens het in die procedure vastgestelde feitencomplex kon de vennootschap de betreffende facturen in de relevante periode betalen. Toch bleven zij onbetaald. Het advocatenkantoor drong herhaaldelijk op betaling aan en dreigde de werkzaamheden te beëindigen. De feitelijk bestuurder deed vervolgens mondeling en schriftelijk betalingsbeloften.

Hij wist of moest begrijpen dat het advocatenkantoor mede vanwege die toezeggingen bleef doorwerken. Het hof kwalificeerde het bewust laten voortbestaan van deze situatie als betalingsonwil waarvan hem persoonlijk een ernstig verwijt kon worden gemaakt. De feitelijk bestuurder werd veroordeeld tot betaling van € 49.716,25.

Kunnen beiden aansprakelijk zijn voor dezelfde onbetaalde facturen?

Ja. Onder omstandigheden kan zowel de formeel bestuurder als degene die feitelijk bestuurde aansprakelijk zijn voor schade die verband houdt met dezelfde onbetaalde facturen. Dat betekent niet dat de aansprakelijkheid van de ene persoon automatisch wordt overgedragen op de andere.

Bij iedere aangesproken persoon moeten afzonderlijk de rol, wetenschap, gedragingen, het persoonlijke verwijt, het causale verband en de schade worden onderzocht. Dezelfde schuld kan daarbij verschillende verwijten opleveren.

De feitelijk bestuurder kan bijvoorbeeld persoonlijk verwijtbaar hebben gehandeld door bewust niet te betalen en tegelijkertijd betalingsbeloften te blijven doen. De formeel bestuurder kan een ander verwijt treffen doordat hij of zij wist van structurele betalingsproblemen, de bedrijfsvoering volledig aan die ander overliet en geen toezicht hield of waarschuwing liet uitgaan.

Zijn meerdere personen aansprakelijk voor dezelfde schade, dan kunnen zij daarvoor hoofdelijk aansprakelijk zijn. Dit betekent dat de schuldeiser ieder van hen voor de volledige schade kan aanspreken, zonder dat de schade uiteraard meer dan eenmaal kan worden vergoed.

Welk bewijs is per bestuurdersrol nodig?

Bij bestuurdersaansprakelijkheid is de bewijspositie vaak beslissend. Niet alleen moet duidelijk worden welke formele en feitelijke rol iedere betrokkene vervulde, maar ook wat die persoon wist, deed of naliet.

Dat bewijs kan uit schriftelijke stukken volgen, maar ook uit andere bewijsmiddelen. In procedures over feitelijk bestuur kan bijvoorbeeld getuigenbewijs belangrijk zijn om duidelijk te krijgen wie in werkelijkheid beslissingen nam, hoe de taakverdeling functioneerde en welke informatie bij de betrokken personen bekend was.

Daarnaast moeten de schade en het causale verband worden bewezen. Bij een beroep op het ontbreken van een waarschuwing is bijvoorbeeld relevant of de schuldeiser bij juiste informatie anders zou hebben gehandeld.

Tot slot is ook de verhaalspositie belangrijk. Een juridisch sterke aansprakelijkheidsvordering heeft beperkt praktisch nut wanneer bij de aangesproken persoon uiteindelijk geen verhaal mogelijk is. Het kan daarom verstandig zijn vooraf de verhaalsmogelijkheden te laten onderzoeken. Zo kan beter worden beoordeeld of procederen niet alleen juridisch kansrijk, maar ook economisch zinvol is.

Wanneer is persoonlijke aansprakelijkheid onvoldoende onderbouwd?

Een onbetaalde factuur alleen is niet genoeg. Ook alleen een formele inschrijving als bestuurder, een niet nagekomen betalingsbelofte, financiële problemen binnen de B.V. of betrokkenheid bij de onderneming levert nog geen persoonlijke aansprakelijkheid op.

Bij een feitelijk bestuurder moet voldoende kunnen worden aangetoond dat zijn werkelijke positie bestuurlijk van aard was. Bij een formeel bestuurder moet concreet worden gemaakt welk eigen handelen of nalaten hem of haar persoonlijk kan worden verweten.

Ook moet een verband bestaan tussen dat verwijt en de schade. Wie bijvoorbeeld stelt dat een waarschuwing had moeten worden gegeven, zal moeten kunnen onderbouwen dat de schuldeiser bij een tijdige waarschuwing daadwerkelijk anders zou hebben gehandeld.

Persoonlijke aansprakelijkheid vraagt daarom geen algemene beschuldiging richting "het bestuur", maar een nauwkeurige reconstructie van de relevante feiten en omstandigheden.

Laat de aansprakelijkheid en verhaalsmogelijkheden beoordelen

Biedt de B.V. geen verhaal en overweegt u naast de vennootschap ook de formeel bestuurder, de feitelijk bestuurder of beiden persoonlijk aan te spreken? Dan is het verstandig om vooraf per betrokken persoon te beoordelen welke rol hij of zij daadwerkelijk vervulde, welk persoonlijk ernstig verwijt kan worden onderbouwd en welk bewijs daarvoor beschikbaar is.

Wij onderzoeken zowel de relevante feiten als de bewijspositie. Daarbij beoordelen wij welk bewijs beschikbaar is, welk aanvullend bewijs kan worden verkregen en in hoeverre bijvoorbeeld getuigenbewijs kan bijdragen aan de onderbouwing van de aansprakelijkheid. Ook beoordelen wij het causale verband met de onbetaalde facturen en, waar relevant, de verhaals- en beslagmogelijkheden.

Op basis daarvan kunnen wij adviseren wie kan worden aangesproken en welke aansprakelijkstellings-, proces- of beslagstrategie in het concrete dossier het meest kansrijk en economisch verantwoord is.

Veelgestelde vragen

Hieronder worden veelgestelde vragen beantwoord over de aansprakelijkheid van de formeel en feitelijk bestuurder voor onbetaalde facturen.

Kan een formeel bestuurder zich erop beroepen dat iemand anders de B.V. feitelijk bestuurde?

Dat verweer is niet zonder meer voldoende. Een formeel bestuurder mag taken delegeren en anderen bevoegdheden geven, maar daarmee verdwijnt de eigen bestuurstaak niet. Onder bijzondere omstandigheden kan juist het ontbreken van controle, toezicht of een noodzakelijke waarschuwing een persoonlijk ernstig verwijt opleveren. Wel moet steeds naar de concrete taakverdeling en omstandigheden worden gekeken.

Wanneer is iemand bij onbetaalde facturen een feitelijk bestuurder of beleidsbepaler?

Niet iedere adviseur, aandeelhouder, partner of gevolmachtigde die invloed heeft, is feitelijk bestuurder. Relevant is of iemand in de praktijk een voldoende bestuurlijke positie innam. Daarbij kan worden gekeken naar de feitelijke beslissingsmacht en de manier waarop de onderneming in werkelijkheid werd aangestuurd. Vervolgens moet afzonderlijk worden beoordeeld of die persoon persoonlijk ernstig verwijtbaar heeft gehandeld.

Kunnen de formeel bestuurder en feitelijk bestuurder voor dezelfde onbetaalde facturen aansprakelijk zijn?

Ja, dat is mogelijk. Voor iedere persoon moet echter afzonderlijk worden vastgesteld welk persoonlijk verwijt hem of haar treft. Aansprakelijkheid van de één leidt dus niet automatisch tot aansprakelijkheid van de ander. Dezelfde schade kan wel voortkomen uit verschillende onrechtmatige gedragingen van meerdere betrokken personen.

Welk persoonlijk ernstig verwijt moet bij de formeel bestuurder worden bewezen?

Dat hangt af van de omstandigheden. Denk bijvoorbeeld aan het aangaan of laten voortzetten van verplichtingen terwijl duidelijk is dat de vennootschap niet kan betalen en geen verhaal zal bieden, het niet waarschuwen van een contractspartij voor ernstige betalingsproblemen of het volledig uit handen geven van de bedrijfsvoering zonder voldoende toezicht.

Welk persoonlijk ernstig verwijt moet bij de feitelijk bestuurder of beleidsbepaler worden bewezen?

Eerst moet worden aangetoond dat de persoon daadwerkelijk een voldoende bestuurlijke rol vervulde. Daarna moet zijn eigen handelen worden onderzocht. Bij onbetaalde facturen kan bijvoorbeeld sprake zijn van persoonlijk ernstig verwijtbare betalingsonwil, bewuste betalingsbeslissingen ten nadele van de schuldeiser of toezeggingen waardoor een schuldeiser blijft presteren terwijl betaling bewust uitblijft.

Welk bewijs is per bestuurdersrol nodig?

Dat verschilt per zaak. Van belang is bewijs waaruit blijkt welke formele en feitelijke rol iedere persoon vervulde, wat hij of zij wist en welk handelen of nalaten hem of haar kan worden verweten. Dat bewijs kan bestaan uit schriftelijke stukken, maar ook uit bijvoorbeeld getuigenverklaringen. Daarnaast moeten de schade en het causale verband met het verweten handelen voldoende kunnen worden onderbouwd.

De informatie op deze pagina is samengesteld door mr. Esra Bieren (advocaat) en is geactualiseerd per 14 augustus 2026.

Cookie-voorkeuren

Wij gebruiken onze eigen cookies en cookies van derden voor statistische en analytische doeleinden om u de beste ervaring op onze website te bieden.

Meer informatie vindt u in ons cookiebeleid
Wij respecteren uw privacy

U kunt uw cookie-voorkeuren instellen door de verschillende hieronder beschreven cookies te accepteren of te weigeren

Noodzakelijk

Noodzakelijke cookies helpen een website bruikbaarder te maken door basisfuncties zoals paginanavigatie en toegang tot beveiligde delen van de website mogelijk te maken. Zonder deze cookies kan de website niet goed functioneren.

Vereist
Voorkeuren

Met voorkeurscookies kan een website informatie onthouden die de manier verandert waarop de website zich gedraagt of eruit ziet, zoals uw voorkeurstaal of de regio waarin u zich bevindt.

Statistieken

Statistische cookies helpen website-eigenaren te begrijpen hoe bezoekers omgaan met websites door anoniem informatie te verzamelen en te rapporteren.

Marketing

Marketingcookies worden gebruikt om bezoekers op verschillende websites te volgen. Het is de bedoeling advertenties weer te geven die relevant en aantrekkelijk zijn voor de individuele gebruiker en daardoor waardevoller voor uitgevers en externe adverteerders.