U wilt weer over uw woning of bedrijfsruimte beschikken, maar de huurder stemt niet in met vertrek. Misschien wilt u de woning zelf bewonen, heeft een familielid woonruimte nodig of kan een renovatie niet worden uitgevoerd zolang de huur voortduurt. Alleen eigenaar zijn en het gehuurde zelf willen gebruiken, is echter niet voldoende om de huurovereenkomst te beëindigen.
Een verkeerde of te vroege opzegging kan tijd kosten en uw juridische positie verzwakken. Het toepasselijke huurregime, de concrete noodzaak en de beschikbare bewijsstukken zijn bepalend. Op deze pagina leest u wanneer dringend eigen gebruik mogelijk is, hoe de opzegging verloopt en wat u vooraf kunt voorbereiden.
Wanneer is sprake van dringend eigen gebruik?
Van dringend eigen gebruik is sprake als de verhuurder het gehuurde werkelijk nodig heeft voor een gebruik dat juridisch als eigen gebruik geldt en de noodzaak voldoende zwaar en concreet is. Welke voorwaarden precies gelden, hangt af van het soort gehuurde:
- Bij woonruimte gelden onder meer een toets van het eigen en dringende gebruik, een belangenafweging en meestal de eis dat de huurder andere passende woonruimte kan verkrijgen
- Bij winkelruimte, horeca en andere 290-bedrijfsruimte moet de verhuurder het gehuurde persoonlijk en duurzaam willen gebruiken en daarvoor dringend nodig hebben
- Bij kantoorruimte, opslagruimte en andere 230a-ruimte is dringend eigen gebruik geen afzonderlijke wettelijke opzeggingsgrond
De juridische route verschilt dus wezenlijk per huurregime. Een onjuiste kwalificatie kan ertoe leiden dat de verkeerde opzeggingsgrond, termijn of gerechtelijke route wordt gekozen.
Dringend eigen gebruik draait om de plannen en belangen van de verhuurder. Wil de verhuurder de huur juist beëindigen vanwege het gedrag van de huurder, bijvoorbeeld door een huurachterstand, ernstige overlast of ongeoorloofde onderverhuur, dan kan ontbinding van de huurovereenkomst de aangewezen juridische route zijn.
Bij woonruimte moet de verhuurder de voorwaarden in samenhang aannemelijk maken. Een begrijpelijke persoonlijke wens is niet automatisch een dringende juridische noodzaak. De rechter beoordeelt de omstandigheden zoals deze op het moment van zijn beslissing bestaan. Een voornemen dat te onzeker, te ver weg of onvoldoende onderbouwd is, kan daarom alsnog stranden.
Laat dringend eigen gebruik beoordelen door een advocaat of jurist
De dragende opzeggingsgrond en de belangrijkste feiten moeten al in de opzeggingsbrief staan. Een in huurrecht gespecialiseerde advocaat of jurist kan vooraf beoordelen welk huurregime geldt, welke feiten juridisch relevant zijn en welke bewijsstukken nog ontbreken.
Een eerste telefoongesprek met ons kantoor is gratis en vrijblijvend en is bedoeld om uw situatie op hoofdlijnen te bespreken. Een volledige beoordeling van de huurovereenkomst en het dossier vindt plaats na duidelijke afspraken over de opdracht en de kosten.
Dringend eigen gebruik woonruimte: de wettelijke voorwaarden
Voor woonruimte staat de belangrijkste regeling in artikel 7:274 van het Burgerlijk Wetboek Bij de gewone opzeggingsgrond wegens dringend eigen gebruik moet de verhuurder in beginsel aan vier samenhangende voorwaarden voldoen.
Vier voorwaarden voor dringend eigen gebruik van woonruimte
De rechter beoordeelt achtereenvolgens de volgende onderdelen:
- Het voorgenomen gebruik moet als eigen gebruik van de verhuurder kunnen gelden
- De verhuurder moet het gehuurde daarvoor dringend nodig hebben
- De belangen van de verhuurder, huurder en eventuele onderhuurders moeten naar billijkheid worden afgewogen
- Er moet blijken dat de huurder andere passende woonruimte kan verkrijgen, behalve wanneer een wettelijke uitzondering geldt
Deze voorwaarden mogen niet op één hoop worden gegooid. Eerst moet aannemelijk zijn dat sprake is van eigen en dringend gebruik. Pas daarna krijgen de belangenafweging en de beschikbaarheid van passende woonruimte hun plaats.
De verhuurder moet daarom niet alleen uitleggen wat hij wil, maar ook waarom dit gebruik noodzakelijk is, wanneer het moet beginnen en waarom redelijke alternatieven niet volstaan.
Dringend eigen gebruik voor eigen bewoning
Eigen bewoning kan dringend eigen gebruik opleveren. Dat kan bijvoorbeeld spelen na een scheiding, terugkeer uit het buitenland, verlies van andere woonruimte, gewijzigde gezinsomstandigheden of een medische noodzaak. De verhuurder moet de behoefte concreet maken en zo nodig met stukken onderbouwen.
De enkele wens om mooier, groter of goedkoper te wonen, is doorgaans niet genoeg. Van belang kunnen zijn: de huidige woonsituatie, de gezinssamenstelling, de beschikbare ruimte, de financiële positie, medische omstandigheden, het tijdstip waarop de woning nodig is en de mogelijkheden om zelf andere woonruimte te gebruiken.
Dringend eigen gebruik voor een kind, ouder of ander familielid
Het huisvesten van een familielid geldt niet automatisch als eigen gebruik van de verhuurder. Sinds 1 juli 2024 bevat artikel 7:274g van het Burgerlijk Wetboek een specifieke regeling voor een bloed- of aanverwant in de eerste graad. Daarvoor moet in de huurovereenkomst uitdrukkelijk zijn bedongen dat de verhuurder na de afgesproken termijn om deze reden kan opzeggen.
Bloedverwanten in de eerste graad zijn de eigen ouders en kinderen van de verhuurder. Aanverwanten in de eerste graad zijn bijvoorbeeld de ouders of kinderen van de echtgenoot of geregistreerde partner, zoals schoonouders en stiefkinderen.
Ontbreekt een bruikbaar beding, dan kan familiegebruik soms toch als eigen gebruik gelden als daarmee een concreet eigen belang van de verhuurder wordt gediend. Alleen de woonbehoefte van het kind, de ouder of het andere familielid is dan onvoldoende. Dit onderscheid is onder de huidige regeling bevestigd in ECLI:NL:RBAMS:2025:1596
De uitspraken ECLI:NL:GHAMS:2021:3081 en ECLI:NL:GHAMS:2012:BW1466 zijn gewezen onder de destijds geldende wettelijke regeling, dus vóór de invoering van artikel 7:274g BW. Deze zaken blijven relevant als voorbeelden van het onderscheid tussen alleen het woonbelang van een familielid en een concreet eigen zorg- of familiebelang van de verhuurder.
Andere passende woonruimte voor de huurder
De verhuurder hoeft de huurder niet altijd persoonlijk een vervangende woning aan te bieden. Wel moet in beginsel blijken dat de huurder andere passende woonruimte kan verkrijgen. De beoordeling is persoonlijk en praktisch. De rechter kijkt onder meer naar inkomen, huishoudgrootte, gezondheid, ligging, bereikbaarheid, huurprijs, beschikbaarheid en de actuele woningmarkt.
Passende woonruimte hoeft niet identiek te zijn aan het gehuurde. Ook hoeft niet altijd al één concrete woning gereed te staan. Er moet wel een voldoende reëel perspectief bestaan. Algemene verwijzingen naar advertenties of de stelling dat er ergens woningen beschikbaar zijn, bieden vaak te weinig houvast.
Renovatie of sloop als dringend eigen gebruik
Renovatie van woonruimte kan eigen gebruik zijn als de werkzaamheden zonder beëindiging van de huur niet mogelijk zijn. De noodzaak moet blijken uit concrete bouwplannen, planning, kosten, financiering en de reden waarom uitvoering met voortzetting van de huur niet haalbaar is.
Bij een hoofdzakelijk financieel gemotiveerd plan is een onrendabele exploitatie op zichzelf doorgaans onvoldoende. Een structurele wanverhouding tussen de exploitatiekosten en de huuropbrengsten kan wel gewicht hebben. Bij sloop en nieuwbouw met overwegend stedenbouwkundige, sociaaleconomische of volkshuisvestelijke doelen is zo'n financiële wanverhouding niet in alle gevallen vereist. De aard en feitelijke uitwerking van het plan blijven beslissend.
Verkoop van de woning is niet automatisch dringend eigen gebruik
De wens om de woning vrij van huur te verkopen valt niet onder het gewone dringend eigen gebruik van artikel 7:274 lid 1 onder c BW. Sinds 1 juli 2024 bestaat wel een afzonderlijke, strikt begrensde verkoopgrond. Deze geldt alleen als aan meerdere wettelijke voorwaarden is voldaan, waaronder eisen aan de verhuurder, diens eerdere bewoning van de woning, de duur van de huur en een uitdrukkelijk beding in de huurovereenkomst.
Verkoop mag daarom niet zonder meer als dringend eigen gebruik in een opzeggingsbrief worden opgenomen. Eerst moet worden vastgesteld of de afzonderlijke wettelijke verkoopgrond daadwerkelijk van toepassing is.
Dringend eigen gebruik bedrijfsruimte: 290-ruimte en 230a-ruimte
Bij bedrijfsruimte moet eerst worden vastgesteld of het gaat om 290-bedrijfsruimte of om overige bedrijfsruimte in de zin van artikel 7:230a BW. Dat onderscheid bepaalt of dringend eigen gebruik een wettelijke beëindigingsgrond is en welke procedure moet worden gevolgd.
Dringend eigen gebruik van winkelruimte en andere 290-bedrijfsruimte
Winkels, horecaruimten, afhaal- en besteldiensten en bepaalde ambachtsbedrijven vallen onder het regime voor 290-bedrijfsruimte. Op grond van artikel 7:296 van het Burgerlijk Wetboek kan beëindiging mogelijk zijn als de verhuurder, diens echtgenoot of geregistreerde partner, een bloed- of aanverwant in de eerste graad of een pleegkind het gehuurde persoonlijk en duurzaam wil gebruiken en de verhuurder het daarvoor dringend nodig heeft.
Het gebruik kan bestaan uit een eigen onderneming, een andere bedrijfsvoering of een renovatie die zonder beëindiging van de huur niet mogelijk is. Verkoop valt niet onder persoonlijk en duurzaam gebruik. Algemene bedrijfseconomische belangen kunnen bij bedrijfsruimte meer gewicht hebben dan bij woonruimte, maar ook hier moet het plan voldoende concreet en uitvoerbaar zijn.
De contractfase is belangrijk. Bij opzegging tegen het einde van de eerste huurtermijn geldt een andere wettelijke systematiek dan na verlenging. Ook kan een driejaarsblokkade gelden als de verhuurder rechtsopvolger van een eerdere verhuurder is. Laat daarom de huurovereenkomst, ingangsdatum, verlengingen en eventuele eigendomsoverdracht daarom samen beoordelen. Meer algemene informatie over dit huurregime staat op onze pagina over huurrecht bedrijfsruimte
Eigen gebruik van kantoorruimte en andere 230a-ruimte
Voor kantoorruimte, opslagruimte en andere gebouwde ruimte die geen woonruimte en geen 290-bedrijfsruimte is, bestaat geen afzonderlijke wettelijke regeling voor dringend eigen gebruik. De overeenkomst moet worden beëindigd volgens de huurovereenkomst en het toepasselijke algemene huurrecht.
Na een schriftelijke aanzegging van de ontruiming kan de huurder op grond van artikel 7:230a van het Burgerlijk Wetboek binnen twee maanden na het aangezegde ontruimingstijdstip om verlenging van de ontruimingstermijn verzoeken. De rechter weegt dan de belangen van partijen. De eigen gebruikswens kan in die afweging zwaar wegen, maar is geen afzonderlijke wettelijke beëindigingsgrond. Lees voor de verdere afbakening onze informatie over huurrecht kantoorruimte
Huur opzeggen wegens dringend eigen gebruik: stappen en procedure
Een verzoek aan de huurder om vrijwillig te vertrekken is niet hetzelfde als een formele huuropzegging. Bij woonruimte en 290-bedrijfsruimte gelden dwingende vormvereisten en termijnen. Bovendien eindigt de huurovereenkomst niet automatisch doordat de verhuurder een opzeggingsbrief verstuurt.
1. Controle door een gespecialiseerde advocaat of jurist vóór de opzegging
Controleer eerst het huurregime, de volledige huurovereenkomst, de ingangsdatum, alle verlengingen, de positie van eventuele medehuurders en de datum waarop een eigendomsoverdracht schriftelijk is meegedeeld. Ook moet het voorgenomen gebruik voldoende concreet zijn. Bij oudere of bijzondere contracten kan daarnaast overgangsrecht een rol spelen.
Een advocaat of jurist die gespecialiseerd is in huurrecht en dringend eigen gebruik kan daarbij beoordelen of de voorgenomen opzeggingsgrond aansluit op de huurovereenkomst, de actuele wetgeving en het beschikbare bewijs.
2. De opzeggingsbrief wegens dringend eigen gebruik
Bij woonruimte moet de verhuurder opzeggen per deurwaardersexploot of aangetekende brief. De opzegging moet aan alle huurders en medehuurders worden gericht. In de brief moeten de wettelijke opzeggingsgrond en de concrete feiten staan waarop de verhuurder zich beroept. De huurder moet worden gevraagd binnen zes weken schriftelijk te laten weten of hij met de beëindiging instemt.
De opzegtermijn voor de verhuurder bedraagt bij woonruimte ten minste drie maanden. Voor ieder volledig jaar dat de huurovereenkomst heeft geduurd, komt daar een maand bij, tot een maximum van zes maanden. De vormvereisten en termijnen staan in artikel 7:271 van het Burgerlijk Wetboek
Bij 290-bedrijfsruimte moet ook per deurwaardersexploot of aangetekende brief worden opgezegd. De wettelijke opzeggingsgronden moeten worden vermeld en de opzegtermijn bedraagt in beginsel ten minste een jaar. De juiste einddatum hangt af van de looptijd en contractfase.
De opzeggingsbrief bepaalt het speelveld
De rechter neemt alleen de in de opzegging vermelde gronden in aanmerking. Een algemene mededeling dat u de woning of bedrijfsruimte zelf nodig hebt, is daarom riskant. Laat vóór verzending controleren welke feiten het eigen gebruik, de dringendheid en uw belang werkelijk dragen.
3. De huurder stemt niet in met de opzegging
Als de huurder niet binnen zes weken schriftelijk instemt, kan de verhuurder de beëindiging niet zelf afdwingen. De verhuurder kan na het verstrijken van die zes weken bij dagvaarding vorderen dat de kantonrechter de einddatum van de huurovereenkomst vaststelt en de ontruiming uitspreekt. Voor woonruimte volgt dit uit artikel 7:272 van het Burgerlijk Wetboek
4. Huurbeëindiging en ontruiming bij de kantonrechter
Bij beschermde woonruimte blijft de huurovereenkomst in beginsel van kracht totdat de rechter onherroepelijk over de beëindiging heeft beslist. Hetzelfde uitgangspunt geldt bij 290-bedrijfsruimte wanneer de huurder niet schriftelijk met de opzegging instemt. De kantonrechter beoordeelt de wettelijke grond, de feiten, het bewijs en, waar de wet dat verlangt, de belangen van partijen en de beschikbaarheid van passende woonruimte.
De rechter is op grond van artikel 7:273 van het Burgerlijk Wetboek gebonden aan de opzeggingsgronden uit de brief. Gespecialiseerde rechtsbijstand van een advocaat of jurist is daarom al voorafgaand aan de opzegging belangrijk. Een gemiste grond, onjuist huurregime of onvoldoende onderbouwd plan kan niet altijd later worden hersteld.
Ontruimingsbescherming bij kantoorruimte en andere 230a-ruimte
Bij 230a-ruimte verloopt de route anders. De verhuurder beëindigt eerst de huurovereenkomst en zegt schriftelijk aan tegen welke datum de huurder moet ontruimen. De huurder kan vervolgens binnen twee maanden na dat tijdstip een verzoek om ontruimingsbescherming indienen. De verplichting tot ontruiming wordt dan geschorst totdat de rechter heeft beslist.
De rechter kan de ontruimingstermijn telkens met maximaal een jaar verlengen, tot in totaal maximaal drie jaar. Een vervolgverzoek moet uiterlijk een maand voor het einde van de lopende verlenging worden ingediend.
Bewijs voor dringend eigen gebruik: welke stukken zijn nodig?
De benodigde stukken hangen af van het huurregime en het beoogde gebruik. Begin in ieder geval met de huurovereenkomst, alle addenda, eigendomsgegevens, correspondentie met de huurder en een chronologisch overzicht van het ontstaan van de noodzaak.
Vul het dossier daarna aan met stukken die bij uw situatie passen:
- Bij eigen bewoning: gegevens over uw huidige woonsituatie, gezinssamenstelling, woonbehoefte, alternatieven en het moment waarop u de woning nodig heeft
- Bij een scheiding of terugkeer: relevante correspondentie, afspraken, inschrijvingen en andere stukken die de wijziging van uw woonsituatie onderbouwen
- Bij medische redenen: alleen de noodzakelijke en proportionele informatie waaruit de concrete woonbehoefte blijkt
- Bij familiegebruik: de tekst van het familiebeding, de familieverhouding, het eigen belang van de verhuurder en de woonbehoefte van het familielid
- Bij renovatie of sloop: tekeningen, offertes, begrotingen, planning, financiering, bouwkundige stukken en een toelichting waarom uitvoering met voortzetting van de huur niet mogelijk is
- Bij een financieel renovatiemotief: exploitatiecijfers over meerdere jaren, onderhouds- en financieringslasten, huuropbrengsten en de waardeontwikkeling van het pand
- Bij passende woonruimte: actueel woningaanbod en informatie over huurprijs, ligging, toegankelijkheid, huishoudgrootte en relevante regionale wachttijden
- Bij 290-bedrijfsruimte: een ondernemings- of exploitatieplan, tijdpad, financiële onderbouwing, benodigde vergunningen en onderzoek naar de uitvoerbaarheid
Een dossier hoeft bij het eerste contact nog niet volledig te zijn. Juist een vroege beoordeling door een advocaat of jurist huurrecht kan duidelijk maken welke ontbrekende feiten of documenten beslissend zijn.
Deze stukken versnellen de eerste beoordeling
Stuur in ieder geval de huurovereenkomst en addenda, eigendomsgegevens, correspondentie met de huurder, een toelichting op het voorgenomen gebruik en de al beschikbare bewijsstukken mee. Bij renovatie zijn ook bouwplannen, begrotingen en exploitatiecijfers relevant. Is het dossier nog niet compleet, dan kan eerst worden vastgesteld welke ontbrekende informatie beslissend is.
Risico's, vergoedingen en alternatieven bij dringend eigen gebruik
Ook een op zichzelf begrijpelijk plan kan juridisch onvoldoende zijn. Een zorgvuldige beoordeling omvat daarom niet alleen de gewenste uitkomst, maar ook mogelijke blokkades, kosten, bewijsproblemen en alternatieven.
Driejaarstermijn na overdracht van het gehuurde
Bij woonruimte kan een beroep op dringend eigen gebruik niet toewijsbaar zijn als de verhuurder rechtsopvolger van een vorige verhuurder is en binnen drie jaar na de schriftelijke mededeling van die rechtsopvolging opzegt. Ook bij 290-bedrijfsruimte bestaat een driejaarsregeling, met eigen wettelijke voorwaarden en uitzonderingen. De datum en wijze waarop de eigendomsoverdracht aan de huurder is meegedeeld, kunnen dus beslissend zijn.
Verhuis- en inrichtingskosten bij dringend eigen gebruik
Bij gewone beëindiging van woonruimte wegens dringend eigen gebruik kan de rechter op grond van artikel 7:275 van het Burgerlijk Wetboek een tegemoetkoming in de verhuis- en inrichtingskosten vaststellen. Bij renovatie die zonder verhuizing niet kan worden uitgevoerd, kan een minimumbijdrage verplicht zijn.
Sinds 28 februari 2026 bedraagt de wettelijke minimumbijdrage voor zelfstandige woningen, woonwagens en standplaatsen € 7.926. Voor kamers geldt geen wettelijk minimumbedrag. Naast of in plaats van een wettelijke bijdrage kunnen partijen bij een vrijwillige beëindiging afspraken maken over een verhuisvergoeding, beëindigingsvergoeding, tijdelijke huisvesting of een combinatie daarvan.
Schadevergoeding als het aangekondigde eigen gebruik uitblijft
Als de verhuurder de overeenkomst wegens dringend eigen gebruik laat eindigen, maar de gestelde wil tot eigen gebruik in werkelijkheid niet bestond, kan de voormalige huurder schadevergoeding vorderen. Op grond van artikel 7:276 van het Burgerlijk Wetboek geldt behoudens tegenbewijs een wettelijk vermoeden als het gehuurde niet binnen een jaar duurzaam overeenkomstig het aangekondigde gebruik in gebruik is genomen.
Alternatieven voor een gerechtelijke procedure
Een gerechtelijke beëindigingsprocedure is niet altijd de beste eerste stap. Afhankelijk van het dossier kan worden gedacht aan:
- Beëindiging met wederzijds goedvinden in een vaststellingsovereenkomst
- Een afgesproken opleverdatum in combinatie met een verhuis- of beëindigingsvergoeding
- Tijdelijke huisvesting of een wisselwoning bij renovatie
- Renovatie met voortzetting van de huur als dat technisch en juridisch mogelijk is
- Aanpassing van het bouw-, exploitatie- of gebruiksplan
- De opzegging uitstellen totdat de overeengekomen huurtermijn is verstreken of een wettelijke wachttijd, zoals de driejaarstermijn na rechtsopvolging, niet langer aan huurbeëindiging in de weg staat
- Gebruik van een andere wettelijke beëindigingsgrond als de feiten die grond daadwerkelijk dragen
Onderhandelingen moeten aansluiten bij de juridische positie. Een goed onderbouwd dossier helpt niet alleen bij een gerechtelijke procedure, maar kan ook de kans op een werkbare vrijwillige regeling vergroten.
Rechtspraak over dringend eigen gebruik
Rechtspraak over dringend eigen gebruik is sterk afhankelijk van de concrete feiten. Oudere uitspraken zijn gewezen onder de wettelijke regeling die op dat moment gold. Zij worden hieronder alleen gebruikt voor zover de rechtsregel of praktische les onder het huidige recht nog relevant is en moeten steeds in samenhang met latere wetgeving en rechtspraak worden gelezen.
De volgende uitspraken laten zien welke onderdelen bij dringend eigen gebruik in de praktijk doorslaggevend kunnen zijn. De structuur van dit onderdeel maakt het mogelijk om later eenvoudig een actuele uitspraak als afzonderlijke casus toe te voegen.
Oudere rechtspraak over renovatie en dringend eigen gebruik van woonruimte
In ECLI:NL:HR:2010:BL0683 oordeelde de Hoge Raad onder de toen geldende wettelijke regeling dat een renovatieplan en een onrendabele exploitatie niet zonder meer voldoende zijn. Bij een hoofdzakelijk financieel motief kan een structurele wanverhouding tussen exploitatiekosten en huuropbrengsten de dringendheid dragen. Deze maatstaf is, met de nuanceringen uit latere rechtspraak, nog steeds relevant.
Sloop en nieuwbouw wegens dringend eigen gebruik
In ECLI:NL:HR:2023:931 verduidelijkte de Hoge Raad dat bij sloop en nieuwbouw met overwegend stedenbouwkundige, sociaaleconomische of volkshuisvestelijke doelen niet steeds een structurele financiële wanverhouding vereist is. Deze uitspraak dateert van vóór enkele latere wijzigingen in het woonruimterecht, maar de daarin gegeven renovatiemaatstaf blijft relevant voor het huidige dringend eigen gebruik.
Ruimtegebrek en financiële belangen bij dringend eigen gebruik
In ECLI:NL:GHARL:2026:4552 wees het hof de vordering af. Het gestelde ruimtegebrek was onvoldoende dringend en bij het financiële belang moest ook de waardestijging van het verhuurde worden betrokken. De uitspraak laat zien dat een exploitatieberekening het volledige relevante beeld moet geven.
Bedrijfseconomische motieven bij dringend eigen gebruik van bedrijfsruimte
Uit ECLI:NL:HR:2022:853 volgt dat voor 290-bedrijfsruimte niet dezelfde financiële drempel geldt als bij de renovatiemaatstaf voor woonruimte. De uitspraak is gewezen onder de destijds geldende regeling, maar de behandelde maatstaf voor bedrijfseconomische belangen is nog steeds relevant. Algemene bedrijfseconomische belangen kunnen bijdragen aan de dringendheid, mits het voorgenomen persoonlijke en duurzame gebruik voldoende aannemelijk is.
Recent vonnis over een onvoldoende concreet plan voor bedrijfsruimte
In ECLI:NL:RBROT:2026:10623 wilde een ziekenhuis de verhuurde horeca- en winkelruimte integreren met andere restauratieve diensten. De kantonrechter vond de wens begrijpelijk, maar het plan was onvoldoende concreet. Onder meer het tijdpad, de haalbaarheid, de financiële gevolgen en een vergelijking met de bestaande exploitant ontbraken. De vordering werd daarom afgewezen.
Dringend eigen gebruik en de mogelijke wetswijziging vanaf 2029
Volgens de nu beschikbare wetgevingsinformatie is voor 1 mei 2029 een wijziging voorzien van artikel 7:274 lid 1 onder d BW. Dat onderdeel ziet op de situatie waarin een huurder niet instemt met een redelijk aanbod voor een nieuwe huurovereenkomst. De wijziging betreft niet rechtstreeks de huidige opzeggingsgrond wegens dringend eigen gebruik in artikel 7:274 lid 1 onder c BW.
Voor de beoordeling op deze pagina blijft daarom het recht gelden zoals dat op 1 september 2026 van kracht is. Omdat het om toekomstige wetgeving gaat, kan de tekst of inwerkingtreding voor die datum nog wijzigen. Een dossier moet steeds worden beoordeeld aan de hand van het recht dat geldt op het moment waarop daadwerkelijk wordt opgezegd of geprocedeerd.
Advocaat of jurist bij dringend eigen gebruik
Wilt u een woning of bedrijfsruimte zelf gebruiken, renoveren of beschikbaar maken voor een familielid? Laat dan eerst vaststellen welk huurregime geldt en of de feiten en bewijsstukken een opzegging kunnen dragen.
Op ons kantoor werken advocaten en juristen die gespecialiseerd zijn in huurrecht. Een gespecialiseerde advocaat of jurist kan de huurovereenkomst beoordelen, de opzeggingsgrond juridisch uitwerken, bewijsstukken inventariseren, met de huurder onderhandelen en de zaak zo nodig bij de kantonrechter behandelen.
In een eerste gratis en vrijblijvend telefoongesprek bespreken wij uw situatie op hoofdlijnen en geven wij aan welke vervolgstap passend kan zijn. Dit gesprek is geen volledige beoordeling van de huurovereenkomst, bewijsstukken of proceskansen. Voor inhoudelijk dossieronderzoek en verdere behandeling maken wij afzonderlijke afspraken over de opdracht, aanpak en kosten.
Bel ons op 010 - 820 028 4
Of laat ons u vrijblijvend terugbellen door hieronder uw contactgegevens in te vullen. Dan bellen wij u zodra het u uitkomt. Dit is praktisch als u contact wilt opnemen buiten onze openingstijden.